Adriaan Bertens stotteren in 21ste eeuw

De 21ste eeuw:

de eeuw van de ‘communicatieve zelfsturing’

Adriaan Bertens, zutphen. (april 2015)

volstrekt onafhankelijk stotterdeskundige, publicist, adviseur en conceptontwikkelaar

Volgens hedendaags filosoof Arnold Cornelis (1934-1999, bij leven hoogleraar in Leuven) is deze eeuw vooral de eeuw van de zelfsturing, maar dan wél communicatief. Dus niet ‘ieder doet zijn ding’, maar laat zich sturen door het natuurlijke gevoel en door de communiceren over het handelen, dat gestoeld is op de logica van dat logische gevoel. In de volksmond is ‘gevoel’ ónlogisch. Niets is minder waar, zeggen deze filosoof en de haptonomie in koor. Dit uitgangspunt huldigen heeft ingrijpende gevolgen voor ‘therapie’. Therapie is een context waarin de hulpvrager zegt: “ik kom alléén niet verder, help mij!”. Ga ik dan het stuur overnemen, omdat ik weet hoe het moet, leven? Ga ik redden wat er te redden valt?

Wat betekent dit filosofisch uitgangspunt, communicatieve zelfsturing, voor de alledaagse therapie, meer bepaald voor stottertherapie? Daarover gaat deze bijdrage.

Subtiele oordelen leiden tot grotere afhankelijkheid

Eugene Cooper, stotterautoriteit en emeritus hoogleraar Speech Pathology in Alabama, kwam met een stellige stelling, die voor mij een paradigmashift betekende: “als je het zoeken van synoniemen als therapeut afkeurt, heb je (leer-) theoretisch gelijk. Het vermijdingsgedrag leidt uiteindelijk tot meer problemen. Voor de voeding van zelfsturing is deze therapeutisch juist afkeuring echter zéér ondermijnend. Wat je eigenlijk zegt, is ‘leuk geprobeerd om zelf oplossingen te zoeken, maar luister nou maar naar mij en doe wat ik zeg, want mijn oplossingen zijn beter’. “En dan staan veel therapeuten verbaasd dat de ‘compliance’ in het algemeen laag is: slechts 10% van patiënten doet daadwerkelijk zijn/haar oefeningen thuis en van die 10% doet de helft het thuiswerk fout. Geen wonder dat therapie vaak lang duurt. Maar 5% oefent goed.

De mij behandelende manueel therapeut kwam met deze schokkende cijfers. Mijn defensieve reactie was: ‘dan moet je ook maar niet voordoen wat ik thuis moet oefenen, terwijl ik mijn trui over mijn hoofd aan het aantrekken ben. Dan kan ik niet goed bekijken, wat ik moet doen!’ Gelijk had ik en gelijk heeft hij.

Vind je een lage therapietrouw gek? Ik niet! Eerst initiatief uit handen slaan en dan ‘niet eigen’ oplossingen door de strot duwen…..wat raar dat dit weerstand oproept!!! Zou het bij mij ook doen. Die weerstand neemt allerlei vormen aan. Meestal zeggen ‘hulpvragers’ niks en lijken in te stemmen met raadgevingen van professionals. In hun gedrag zie je echter weerstand: ze doen die oefeningen niet, fout of minimaal. Ze werken zich uit de naad, maar niet voor de professionele oplossingen. Hoe komt dat toch? Dat noemen we ‘weerstand’, wel beschouwd een containerbegrip.

Of  betreft het eigenlijk eerder ‘eigen wijsheid’? Het appèl van Cooper was dat we die eigen-wijsheid te weinig honoreren.  We mobiliseren de eigen kracht van de hulpvrager veel te weinig. We benutten de eigen vermogens om spreeksituaties op te vangen veel te weinig. Cooper gebruikte de eigen oplossingen wél. Systematisch. Hij zocht in zijn integrale stotterbenadering de persoon-eigen ‘FIG’s’, ‘fluency initiating gestures’, vloeiendheid bevorderende spreekaanpassingen…..hij deed als eerste maatwerk-onderzoek naar de eigen oplossingen. Ik zou nu toevoegen ‘als ze maar vertragen’. Meta-analyse van effecten van stottertherapie geven duidelijk aan, dat vertraging van de spraakbewegingen (dat kan op verschillende manieren, daar zijn maatwerk en ook ‘fingerspitzengefühl’ zeer gewenst) het meest effectief zijn, zeker op langere termijn.

Ik zou dus tegen hulpvragers zeggen: 

“als je synoniemen kiest om voort te kunnen met je spreken, dan is dat zeer creatief. Het verruimt tegelijkertijd je woordenschat. Maar het vertraagt meestal niet. Vertraging werkt fundamenteler. Het is aan jou wat je kiest. Er bestaat geen ‘fout’ bij eigen oplossingen. Sommige oplossingen werken fundamenteler. Vertragen, weten we, is een oplossing die dichter aan het fundament bouwt. Laten we eens uitzoeken of je ook ‘vertraging’ als eigen strategie hebt. Vast wel. Laten we eens uitzoeken, hoe jij dat ‘als vanzelf’ doet en onderzoeken wat er dan spraaktechnisch verandert. Dat kunnen we dan uitbouwen….”

Autoriteit werkt (tijdelijk) ook

Natuurlijk kun je een statuur van ‘autoriteit’ nastreven of aanmeten, zoals charlatans op het vakgebied van stotteren doen. Gelukkig is dat in deze eeuw geen lang leven beschoren. Mensen uit deze tijd gaan voor zelfsturing en vertonen al maar minder kuddegedrag en respect voor ‘macht. ‘De mens van de 21ste eeuw maakt vliegensvlug juist onderscheid tussen mensen die macht nastreven en professionals die gezag verdienen. De zelfsturende 21ste eeuwse mens vraagt een zelfsturende aanpak. En hij en zij geloven niet snel meer in sprookjes. Leve de stotterende stotterdeskundige! Daar ligt bijna vanzelfsprekend gezag. Ervaringsdeskundig en tegelijk uitgerust met degelijke vakkennis. Deze professional moet hooguit oppassen voor projecties. Veel ‘stotterende autoriteiten’ lopen in de roze wolk van ‘wat bij mij helpt, helpt vast bij iedereen op de zelfde manier als bij mij’…..foutje autoriteitje!

Grenzen aan zelfsturing

De automobiel wordt razendsnel zelfsturend. Er wordt druk getest in het echt.

Hobbelt de stotterende mens daar achter aan? Of kunnen de behandelaars van stotteren, logopedisten en stottertherapeuten, zich in dezelfde vaart der volkeren ontwikkelen als de auto-industrie? En dus zelfsturing dienen?  De logica van het gevoel volgen?

Mensen zijn geen auto.

Therapie is geen grote beurt in de garage. Diagnostiek is geen APK-keuring.

Het is eerder én én: maatwerk én zelfsturing. De therapeutische grondhouding zo mogen (moeten?) zijn: ‘waar kan ik je dienen bij de toename van bewustzijn over je zelf-bij-sturing?’

Leistungsfimmel

Wolfgang Wendlandt, stotterende psycholoog uit Berlijn, schreef een zeer waardevol boekje over de alledaagse gang van zaken in het therapiebedrijf: Zum Beispiel Stottern. Hij waarschuwt voor ‘leistungsfimmel’ van therapeuten. De superieure therapeut die wil scoren.

Ik doe graag een duit in het zakje: de meeste logopedisten weten heel goed dat ze volstrekt incapabel zijn om stotteren goed te behandelen. Opleiding schiet al jaren te kort. En dus stappen ze in de valkuil van de ‘leistungsfimmel’…..het te goed willen doen en de eigen oplossingsstrategieen tegen beter weten in ophemelen. Nee, eigenlijk zonder het te weten….

De 20ste eeuwse mens slikte deze incapabiliteit voor zoete koek, de communicatief zelfsturende mens van deze eeuw gelukkig niet meer!! Het roer gaat om! Het heeft even geduurd, maar therapieland kantelt!!

Werkzame bestanddelen van therapie.

Het beschrijven van de kern van moderne stottertherapie is niet zo moeilijk, het opleiden om dat in de praktijk te brengen wél. Op zich is het ook niet zo moeilijk: opleiden! Maar het ‘verdienmodel’ is al een jaar of 80 ongezond. Investeringen in scholing kunnen door logopedisten niet terugverdiend worden. Welke zichzelf respecterend professional gaat al maar door met scholing in de wetenschap dat de investering die daarmee gemoeid is, niet terug verdiend kan worden? Juist! Er zijn dús veel logopedisten die zichzelf niet respecteren. Logopedisten-stottertherapeuten al helemaal niet.

Vertraging

Stotteren is een al dan niet erfelijke neuromotorische timingsstoornis. Er kan van alles bij komen: leerstoornissen, taalstoornissen, coordinatiestoornissen om maar wat te noemen. Maar de essentie is een neuromotorische timingsstoornis.

De ernst is per persoon tamelijk stabiel: de timingsstoornis is licht, matig, ernstig of zeer ernstig. Na het negende jaar verandert er weinig aan de timing, het wordt hooguit met het stijgen van de leeftijd wat beter. De meest effectieve strategie om het stotteren te sturen is vertraging. Door de spreekbeweging te vertragen, is timing wat makkelijker en vermindert het stotteren. Vertraging geneest meestal niet. Het hangt van de ernst van de timingsstoornis af, hoeveel vloeiendheid er voor de individuele persoon weggelegd is. Soms blijft het levenslang gehannes met (vlot) spreken.

Afleren

De stotterende spreker moet ook bijzaken afleren. Veel persoonlijke strategieën zijn een tijd effectief, totdat ze onderdeel gaan uitmaken van het stotter-gedragsrepertoire. Ze zijn niet fout, zeker niet, maar op lange termijn lossen ze niets op. Verlichten hooguit tijdelijk. Het is net als een pijnstiller: de pijn kan even weg gaan, maar een pijnstiller geneest meestal niet. Zo kan een synoniem kiezen een creatieve strategie zijn. De volgende ‘klip’ dient zich echter meestal snel aan! Het afleren van angsten, van uitstelstrategieën, van vermijdingsgedrag, van doemdenken, van negatieve zelfbeelden, dat zijn belangrijke bouwstenen van effectieve therapie. Zodat rustig(er) spreken mogelijk wordt en passend is.

Zelfsturing

Uit onderzoek blijkt dat de ‘locus of control’ cruciaal is: gelooft de stotterende hulpvrager in de mogelijkheid om zelf en op dit moment het heft in handen te nemen?

In die zin postuleer ik een nieuw concept: ‘Bereidheid tot persoonlijk Bewustzijn’, BtpB. Ik geloof dat BtpB een persoonlijke keuze is, die je in vrijheid moet nemen. Doet iemand dat niet of niet overtuigend, dan is begeleiding op basis van zelfsturing ‘paarlen voor de zwijnen’

Wat mij betreft moet BtpB 7 of hoger zijn op een strenge en subjectieve schaal.

Post comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2015 realisatie KMOwebdiensten.be