Brief aan stottertherapeutes

Beste stottertherapeute in spé,

 

Een tijd lang heb ik mijn aandacht verdeeld over een FWO project voor dove mensen  en stottertherapie maar tenslotte werd het mogelijk mij helemaal te wijden aan het laatste. Dit omdat mijn agenda voor stottertherapie na enkele maanden werken in Sint Augustinus te Wilrijk en mijn eigen praktijk te Gent de 80 uur per week overschreed. Die enkele maanden heb ik geleefd als een robot. Werken, werken en nog eens werken zonder een moment van rust. Ik  kapte met het onderzoeksproject in Wilrijk en ging me volledig toeleggen op stotteren zoals het zou moeten zijn. Ik leerde vlug en verslond elk artikel, elk boek of elk internetbericht over stotteren. Het gevolg was dat ik op den duur beschouwd werd als iemand die wat van stotteren afwist niet enkel en alleen omdat ik zelf zwaar gestotterd had maar omdat ik tijd genomen had om mij sterk te verdiepen in de theoretische kennis over stotteren. Maar vooral door het jarenlang omgaan met stotterende mensen van alle leeftijden en vooral ook door het omgaan met hun ouders, partners, familieleden, vrienden en leerkrachten, en natuurlijk door het opstarten van vzw Belangengroep stotterende mensen in 1995, heb ik ervaringen opgedaan die ik belangrijk vond en graag door wilde geven. Niet zo zeer als kennis en vaardigheid maar vooral als ervaring,  een manier van zijn die een voor ieder persoonlijke manier van (be)handelen tot gevolg kon hebben. Hoeveel ik ook bijgeleerd heb, steeds heb ik beseft dat mijn, dat alle, kennis en kunde als zodanig beperkt is. Theoretische concepten en praktische vaardigheden moeten door de persoon die ze toepast heen hun werking uitoefenen. Hoe transparanter de persoon is, des te professioneler wordt zij/hij als therapeut.

Wij leren weinig van onze successen, die bevestigen alleen wat je al weet, wat je al kan of doet. Wij leren vooral van onze mislukkingen, tenminste als we bereid zijn alle theoretische permissen los te laten en ‘blanco’ naar die cliënten kijken bij wie alles wat we aanbieden in een bodemloze put lijkt te verdwijnen. Ik heb ondervonden dat als ik maar sterk genoeg verlang iemand te helpen er uit de totaliteit van wat ik in mijn leven meegemaakt, gevoeld, gehoord, gezien of gelezen heb, iets te voorschijn komt dat werkt. Een moment van echtheid, een begin van groei. Niet altijd perfect maar beter dan niets. Daarvoor moet ik niet alleen mijn cliënt voor honderd procent accepteren zoals hij is, zo serieus nemen, belangrijk vinden, maar ik moet mezelf, mijn plannen, mijn kennis en mijn kunde onbelangrijk vinden en loslaten. Iets laten gebeuren dat onvoorspelbaar is en steeds sterker krijg ik de indruk dat iets onvoorspelbaars laten gebeuren als onprofessioneel geldt. En dat zou iets als transparantie, het aandurven er alleen maar te zijn, nergens aan bod komt.

Onder professionalisering van logopedist tot stottertherapeute versta ik:

 

zoveel mogelijk verschillende therapiemethodes kennen en beheersen maar telkens en opnieuw voor een nieuwe cliënt een op maat gemaakt totaal behandelingsplan uitwerken,

 

• in korte tijd een juiste diagnose kunnen stellen,

• een therapieplan op maat opstellen,

• van elke zitting een kort verslag maken,

• na een bepaald aantal sessies het therapieplan bijstellen,

• een goede administratie voeren,

• de literatuur bijhouden,

• etc.

 

Ik sta pal achter deze criteria, al besef ik dat ik in een aantal er van tekort geschoten ben. Voorbereiding hoeft niet alleen te bestaan uit het uitstippelen van het therapieplan voor de komende zitting volgens de gekozen methode, nog hoeft evaluatie alleen objectief verslag van vorderingen in vloeiendheid te zijn. Voorbereiding kan ook zijn: me verdiepen in de persoon, mij innerlijk met hem of haar vereenzelvigen, voelen hoe het is om juist zo te stotteren, om juist dat vermijdingsgedrag nodig te hebben, om in juist die familieverhoudingen of werkomstandigheden te leven. Het betekent: mij innerlijk bereid houden voor wezenlijk contact, voor de signalen van de lichaamstaal, bereid versluierde boodschappen te ontvangen en daar op in te gaan, en samen iets mee te doen. Ook al lag een ander therapieplan klaar.

Zo kan evaluatie ook betekenen: telkens opnieuw ruimte maken voor wat de cliënt zelf in de therapie ondervindt, voor zijn of haar boosheid of verdriet, voor gevoelens van teleurstelling evengoed voor gevoelens van bevrijding en groei. Vele stotterende mensen verklaarden na hun therapie met mij dat ze nu het ware leven konden aangaan. Velen gingen ook in de media hun hart luchten en werden plots aanvaard. Ook al stotterden nog sommige mensen een beetje ze waren VRIJ van hun stotterprobleem.

Toegegeven, op deze manier is het moeilijk, zo niet ondoenlijk, statistieken te leveren en wetenschappelijk conclusies te trekken. Er gebeuren teveel onverwachte, hoogstpersoonlijke dingen, die niet te etiketteren zijn. En de vraag is nu: hoe belangrijk is dat etiketteren en rubriceren, hoe groot is de waarde van evaluaties die zich beperken tot het meten van (de toename van) vloeiendheid?

Ik heb vaak ook mirakels gezien waar mensen die stotterden plots het licht zagen en niet meer stotterden bij wijze van spreken… Mensen die redelijk sterk in hun schoenen staan, die ondanks het stotteren zichzelf toch de moeite waard vinden, zijn mensen die het risico van verandering aandurven. Deze mensen zijn met de BLS therapiemethode te helpen. Dat zijn de bekende zeventig procent die het stotteren niet als een probleem ervaren. De groep met iets minder zelfvertrouwen en/of een minder positieve omgeving voelt zich ten dele geholpen, dat is ook ongeveer een 20% van het totaal.

En dan is er de groep van om en bij de 10% die niet verandert of er zelfs de brui aan geven om doorgedreven therapie te volgen. Dat zijn in mijn ervaring die stotterende mensen die angst hebben voor verandering. Zolang iemand zichzelf afwijst zal geen enkele therapie blijvend succes hebben, hoe klein men de stapjes ook maakt en hoe verantwoord men de gewenste responsen (de gekozen spreektechniek) ook beloond.

Ik pleit er hier niet voor alleen maar te werken aan die desensitisatie en spreektechnische vaardigheden als niet-essentieel te verwaarlozen. Ik pleit voor de grondhouding bij stottertherapeuten van aanwezig zijn, zonder te denken aan hun ontvangsten…. Een cliënt kan nieuwe vaardigheden leren en nieuw gedrag uitproberen als zij zich veilig voelt bij de therapeute. Hij zal dit in het gewone leven niet kunnen volhouden tenzij hij zich ook veilig voelt bij zichzelf en de angst voor andermans oordeel heeft leren loslaten. Zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde kunnen niet geleerd worden van iemand die daar zelf gebrek aan heeft.

Het is mij meermalen gebeurd dat een cliënt aan mij vroeg: ‘Doe (of zeg) je dit nu als mijn lotgenoot of als Gert Reunes de stottertherapeut?’ En als ik antwoordde: ‘Voor mij is daar geen onderscheid tussen’, zei de ander: ‘Dan ben je dus eigenlijk niet professioneel bezig maar gewoon als jezelf!’ Als ik dan weer vroeg: Vind je dat vervelend of juist wel prettig?’ bleek men zich opgelucht te voelen, alsof men vaste grond onder de voeten kreeg. De “kracht” dat je zelf hebt gestotterd is niet te schatten.

Als je ergens voor betaald wordt, zo denkt men waarschijnlijk, is vakkennis genoeg, werkelijke interesse in de persoon is een onverwachte luxe. Ik vond dat wel grappig. Het verklaart waarom ik mij bij het woord ‘professionaliseren’, zoals dat nu ook van de therapeutische kant wordt gehanteerd, ongemakkelijk voel. We moeten het professionaliseren overstijgen. We moeten een roeping hebben om de mens die stottert te helpen. Ik huiver van mensen die hun agenda’s vullen met allerhande stoornissen omdat ze hun villa moeten afbetalen. “Ik ben een lotgenoot onder mijn patiënten”, grap ik soms, ook al ben ik professioneel bezig. Een logopediste in een klinische witte kiel met diploma aan de muur voelt koud aan. De kennis druipt er zo van af… denk ik dan cynisch… maar waar is de warmte voor de mens die stottert?

In mijn visie mag therapie geven nooit iets automatisch worden, maar mag de therapeut evenmin zozeer in beslag worden genomen dat zij/hij het evenwicht kwijt raakt. Wie zich mee laat trekken in het moeras kan geen hulpverlener zijn, maar wie vanaf de kant aanwijzingen geeft zonder een menselijke hand uit te steken is dat evenmin.

Professionalisering is: leren wat het juiste midden tussen de genoemde uitersten is en zelf zo sterk leren staan dat men zich spontaan en vrij in dat gebied bewegen kan. Deze vrijheid heb ik nog maar weinig ontmoet bij vele collega’s,en vooral ook bij jonge collega’s die denken dat ze na het afstuderen reeds logopediste/stottertherapeute zijn. Het betekent fouten mogen maken, ongelijk durven bekennen, kritiek kunnen accepteren enerzijds, maar ook voor jezelf opkomen, en kritiek durven geven anderzijds. Het is ruimte maken voor de eigen emoties en gevoelens, de eigen creatieve impulsen en daarmee te voorschijn durven komen. Wie dat met zelfrespect doet respecteert ook de ander. En is alleen daardoor al een prima voorbeeld voor de stotterende mensen.

Ik heb duidelijk willen maken dat wijsheid niet vanzelf op iemand neerdaalt, maar dat men er wel zelfbewust naar op zoek moet gaan. Wijsheid heeft te maken met innerlijke vrijheid, met kunnen loslaten en relativeren, wijsheid groeit door aandachtig en belangeloos bezig zijn.

Ten onrechte gaat men er van uit dat wijsheid een automatisch levend product is van het verzamelen van kennis en het oefenen van vaardigheden. Hoewel dat boeiend en nuttig is en we het vooral moeten blijven doen, is het niet het allerbelangrijkste.

Als ik stel dat men als therapeut efficiënter te werk gaat naarmate men zelf meer gerijpt en in evenwicht is en de eigen preoccupaties minder in de weg zitten zodat men zuiverder kijken en luisteren kan, dan zal waarschijnlijk niemand dit tegen spreken.

Maar persoonlijke groei is niet exact in modulen te vangen en dat is een reële moeilijkheid in een opleiding met beperkte tijd en beperkte middelen. Er moeten keuzes gemaakt worden en het is jammer dat dan gewoonlijk sneuvelt wat in mijn ogen essentieel is. Dat gebeurt overal en om dezelfde reden. Want de essentie is niet hard te maken, niet te meten, niet te tellen of te wegen en het heet nog altijd wetenschappelijk om wat je niet te meten, wegen of tellen kunt als niet ter zake doende opzij te schuiven. Wanneer men er expliciet in verdiept, is het heel goed mogelijk te bedenken op welke wijze persoonlijke groei kan worden gestimuleerd. Maar het is duidelijk hoe een ongrijpbaar item niet in een lesrooster moet worden ondergebracht. Een officiële opleiding is er immers in de eerste plaats voor kennisoverdracht, en gedurende de stages wordt geleerd concreet met de opgedane kennis te handelen. Iemand die in deze zin een professionele opleiding heeft gehad, moet in staat zijn professioneel te werken en zich tegenover mutualiteiten en artsen met exacte cijfers te verantwoorden. En daar gaat het uiteindelijk om. Ja toch? Is persoonlijke groei per slot niet een zaak van die persoon zelf?

Ik kom dan met een tegenvraag: Waar heeft dat voortdurend luidere roepen om ‘Professionalisering’ mee te maken? Dient de beter kwaliteit van de service vooral de patiënt? Of moet het eigen imago, de eigen positie op de arbeidsmarkt worden versterkt? Het kan dan nodig zijn efficiënter te werken dan we deden. Maar om dat te bereiken moeten we niet het paard achter de wagen spannen!

Wanneer we ons moeten verantwoorden geeft het een gevoel van veiligheid als we exacte gegevens kunnen overleggen. De vraag of die gegevens relevant zijn en of we meten wat we denken te meten wordt niet eens gesteld. Gegevens die door meten en tellen verkregen zijn, zijn exact dus relevant. Dit lijkt mij een drogreden en het is tijd dat wij, die niet met machines maar met mensen werken dit ook durven zeggen. Wie er voortdurend op bedacht is dat zij/hij ‘Professioneel’ dus ‘verantwoord’ bezig moet zijn, kan niet tegelijk met onvertroebelde aandacht bij de patiënt wezen. En dat is toch waar deze het meest mee gebaat is. En waar wij dus het meeste resultaat mee zullen bereiken.

Er is nog een kwestie die hiermee aan parallel loopt: Willen we stotterende mensen leren zich aan te passen aan de eisen van hun omgeving? Of willen wij ze helpen zich geen stotterende mensen meer te voelen? Is de therapie succesvoller naarmate ‘vloeiendheid’ beter kan worden volgehouden, of naarmate er spontaner kan worden gecommuniceerd? Het eerste is waar omdat de stotterende mens het recht heeft op deze “droom”, en dromen komen uit.

Het blijkt echter in de praktijk dat in Vlaanderen door vele therapeuten beide doelstellingen niet verenigbaar zijn. Dat wil, nogmaals, niet zeggen dat spontane communicatie  niet nodig zou zijn. Ik zie de BLS methode niet alleen als een noodzakelijk vangnet voor situaties waarin de communicatie verstoort dreigt te raken, maar als een manier van spreken, die – mits lang genoeg volgehouden – dezelfde gevoelswaarde krijgt als gewoon spontaan praten omdat we het automatiseren. Een vangnet moet regelmatig gecontroleerd worden op deugdelijkheid wil het zijn functie behouden: in die visie past het regelmatig bijhouden van ‘vloeiendheids bevorderende technieken’voor mensen die het niet kunnen automatiseren.

Wanneer het doel van de therapie ‘in alle omstandigheden vloeiend spreken’ blijft (en ik besef dat bijna alle stotterende mensen dat doel zelf voor ogen hebben!!) zou men kunnen denken dat de stotterende mensen de gevangenis van het stotteren inruilen voor de gevangenis van de gecontroleerde vloeiendheid. Maar dat is géén gevangenis. Door gecontroleerde vloeiendheid  wordt de stotterende mens vrij van het stotterprobleem en later ook meer en meer stottervrij.

Een klein voorbeeld: Een stotteraar belt mij op om een afspraak te verzetten, hij praat zwaar stotterend en heel  onduidelijk, het klinkt heel wat onprettiger dan zijn BLS-methode; ik maak daar een opmerking over. We komen tot een nieuwe afspraak en dan hoor ik ineens een overschakelen naar de BLS methode zijn  stem klinkt duidelijk, rustig en zijn inhoud komt vanzelf ‘0 zeg, fijn, dank je wel hoor, tot vrijdag dan’. Zodra hij zich zeker voelde dat hij mocht controleren schakelde hij over. Bewuste controle is nodig. En vaak prettig voor de luisteraar maar nog prettiger voor degene die anders moet vechten met woorden. En dus zeker interessant om dat te automatiseren.

Op de weg naar vrijheid kan men een ander niet verder brengen dan tot waar men zelf gekomen is. Wie onbevangen en onbevooroordeeld kijken en luisteren kan, niet bang is voor eigen of andermans emoties, en verantwoordelijkheden kan laten bij wie ze thuishoren, zal een goede gids zijn.

Als wij mensen behandelen moeten wij ons eigen menszijn in kunnen zetten voor de therapeutische relatie en om dat goed te kunnen doen, moeten wij onszelf, onze zwakke en sterke kanten, durven onderzoeken, onze gekleurde brillen en blinde vlekken, onze stokpaarden en ijdelheden durven herkennen voor wat ze zijn en er afstand van kunnen nemen…

Hoezo, kost aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling, de groei naar wijsheid van mensen die anderen tot gids willen zijn te veel tijd en energie? Hoe kunnen we anderen leren zich te bevrijden van hun beperkingen als we dat zelf niet hebben geleerd? Hoe zouden anderen investeren in iets waarin wij zelf niet hebben geïnvesteerd? Ik wil eindigen met een simpel spreekwoord…SPREKEN IS GOUD en dat beseft de stotterende mens maar al te goed. Maar is dan ook de therapeute degene niet die moet meegaan met de stotterende mens op weg naar dat GOUD…en moet zij niet in het belang van de stotterende mens werken? Maar al te vaak wordt de therapeute hoe langer ze werkt hoe meer afgeleid van deze nobele en ethische doelstellingen die het beroep zo mooi maken. Begrijp me niet verkeerd… een therapeute mag haar boterham verdienen maar niet ten koste van de stotterende mens punt uit!

GERT REUNES 20/4/2012

Post comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2015 realisatie KMOwebdiensten.be