stotteren.be

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home NIEUWS
Nieuws

Hou MNM en STUBRU in de gaten...

E-mailadres Afdrukken PDF

Hou vanaf 23 april de radiozenders MNM en STUBRU in de gaten...

 

Els de Schepper interviewt Gert Reunes in de EERSTE SHOW

E-mailadres Afdrukken PDF

Maandag 14 april interview van Els de Schepper met onze voorzitter en stottertherapeut Gert Reunes.

Bekijk de uitzending op LIBELLE TV programma DE EERSTE SHOW.

Op Libelle TV (kanaal 18, als je digitale tv bij Telenet hebt) om:

8u30, 13u45, 17u en 22u30, 00u35

Op VIJF (voor mensen die geen digitale tv bij Telenet hebben) om: 15u40

 

Radio 1 interview met Gert Reunes

E-mailadres Afdrukken PDF

klik op onderstaande link

interview met Gert Reunes op radio 1

 

Stottertherapeut Gert Reunes over stotteren in de media...

E-mailadres Afdrukken PDF

HERSENSPINSELS VAN EEN STOTTERTHERAPEUT…

Gert Reunes is sinds 2000 actief als logopedist/stottertherapeut. Hij is zaakvoerder van de groepspraktijk BVBA Algemene  Aanpak Stotteren. Tevens is hij voorzitter van vzw Belangengroep stotterende mensen. Hij neemt meestal geen blad voor de mond wanneer hij het over stotteren heeft. Ook in dit artikel slaat hij genuanceerd wild om zich heen met recht en rede zoals je zult kunnen lezen…

STOTTERTHERAPIE  IN DE MEDIA OF HET ZWAARD VAN DAMOCLES...

 

Als ervaringsdeskundige, logopedist en stottertherapeut was ik al een tijdje van plan om een artikel te schrijven over “Stotteren in de media”.

Dit artikel moet een debat mogelijk maken tussen professionele/alternatieve therapeuten en cliënten over de kwaliteit en de voor- en nadelen van de diverse therapieën die nu anno 2014 op de markt zijn. Het debat kan in een later stadium leiden tot een beter inzicht in de verschillende therapieën. Uit dit debat kan de stotterende mens zijn/haar voordeel uithalen. Natuurlijk zal hiervoor een gedragsverandering van de therapeuten wenselijk zijn.

 

We zullen aan de hand van een aantal  vragen en persoonlijke antwoorden de discussie starten:

 

Kritiek op het KRO programma SPRAKELOOS of op (alternatieve)therapie methodes?

Het programma SPRAKELOOS (2013) van de KRO was het zoveelste media gebeuren rond stotteren dat twee kampen (Believers en Non-believers) deed ontstaan. Het programma SPRAKELOOS volgde een aantal zwaar stotterende mensen die de Mcguire therapie volgden. Persoonlijk ken ik best een aardig aantal mensen die deze en andere cursussen gevolgd hebben.

Ondanks het feit dat ik professioneel logopedist/stottertherapeut ben voel ik mij nog steeds verbonden met mijn lotgenoten. Welke therapie  ze ook gevolgd hebben doet er niet toe. Zeker als er een programma  over stotteren op radio of TV komt ben ik er als de eerste bij om dit te bekijken met verschillende brillen… als leek, ervaringsdeskundige en als therapeut. Daarom ook dat ik mij ook verbonden voel met het professionele/alternatieve therapeutenkorps. Mensen zoals Frank Loomans, Jan Heuvel, Ingrid Delferro, Adriaan Bertens, Ronny Boey noem ik mijn collega’s ook al heeft iedereen zijn visie en kwaliteiten om de stotterende mens te behandelen. Wij willen allen de stotterende mens helpen in hun weg naar spraakverbetering. Voor mij is het zeker een roeping of passie en zeker geen job.

Therapie geven is een zingeving die we allen gemeenschappelijk hebben. Tot daar geen vuiltje aan de lucht. En ja, wij hebben allemaal een mening en misschien ook wel een ego. Iedere therapeut werkt op zijn manier met zijn historiek en al dan niet met een wetenschappelijke onderbouwde uitleg. Belangrijk hierbij is dat de stotterende mens zich goed voelt bij de therapie en bij de therapeut en dat de cliënt voordeel haalt uit de desbetreffende therapie die hij volgt.

Toch zijn de alternatieve methodes zoals Delferro, Mcguire en Hausdörfer nog steeds niet wetenschappelijk onderbouwd… Dat komt in de eerste plaats omdat deze alternatieve methodes niet graag hun data prijs geven aan een onafhankelijk onderzoeksteam. Jammer, want zo een onderzoek zou de stotterende mens echt  helpen om keuzes te maken. Waarom deze therapeuten van alternatieve therapieën geen onafhankelijk onderzoek laten voeren naar hun resultaten speelt misschien in hun voordeel. Zolang er geen data is kan men successen blijven claimen die er misschien niet zijn…?

Een wetenschappelijk onderbouwde therapie (evidence based therapie) cfr Adriaan Bertens artikel (2014) heeft als voordeel dat met kennis van zaken de stotterende mens wordt behandeld. Door onderzoek wordt nagegaan of methodes werken en waarom sommige niet werken. Het is dan ook belangrijk te weten dat wetenschappelijk onderzoek hier het verschil maakt met de alternatieve therapieën.

Natuurlijk kan het zijn dat een bepaalde therapie kan werken omwille van het placebo effect. Het geloof in de therapeut kan ook wonderen doen. Het bestaan van goeroe’s is ons niet vreemd. Daarom ondersteun ik de boodschap die Adriaan Bertens geeft. Laten we niet zomaar wat doen met de stotterende mens maar wel vanuit kennis, inzicht en ervaring de stotterende mens helpen. Indien  we ons eigen werk, successen en falingen wetenschappelijk benaderen kunnen we veel van elkaar leren. Maar wil men dat wel…?

Is er één juiste therapie voor de stotterende mens?

Volgens mij niet, er zijn zelfs wetenschappelijke studies over psychotherapie die aantonen dat de methode er vaak niet toe doet en ondergeschikt is aan de synergie tussen de therapeut en cliënt. Een complexe stoornis zoals stotteren zal hier geen uitzondering op zijn. Het zijn jammer genoeg de therapeuten die vaak schermen met het idee dat hun methode de beste is. Ze staan als één man achter hun therapie en dat is niet zo verwonderlijk omdat men ook steeds refereert naar hun succes casussen. Zelden of nooit zal een therapeut eerlijk aangeven dat hij iemand niet kon helpen. Meestal gebruikt men dan nog het argument dat de cliënt niet genoeg gemotiveerd was, geen doorzettingsvermogen had of gewoon niet klaar was voor hun ideale therapie. Het klinkt ook niet cool om te zeggen dat je soms geen succes hebt met het behandelen van een stotterende mens want dat kan ook gevolgen hebben voor het economische aspect van je praktijk. Hoe je het draait of keert de therapeut blijft een zelfstandige nietwaar? Daarom dat zoveel therapeuten de weg op gaan van de platte commercie. Verkondigen dat één bepaalde therapie beter is dan een andere… of schermen met het feit dat een therapie succesvol is omdat deze bepaalde therapie volledig vergoed wordt door de zorgverzekeraars wil niks zeggen.

Maar een alternatief zoals in Engeland waar de logopedist een ambtenaar is heeft dan weer het gevolg dat deze mensen gewoon hun uurtjes kloppen en geen extra motivatie aan de dag leggen om meer te doen dan het hoogst nodige… De wachtlijsten in Engeland zijn dan ook enorm. En men moet als cliënt al heel zwaar motorisch stotteren voor je kan deelnemen aan een therapie…

Durf ik in eigen boezem te kijken en kritisch te zijn als therapeut? Natuurlijk, en ja ik durf te zeggen dat niet iedere cliënt een succesverhaal is. Het is juist hier dat de therapeut in de spiegel moet durven kijken en zich afvragen what went wrong…? Maar al te vaak wordt de schuld in de schoenen geschoven van de cliënt wanneer men geen successen boekt.

Indien we ons ego kunnen laten varen en niet alleen over ons succes casussen praten maar ook berichten over minder succesvolle casussen dan zouden deze analyse in de toekomst wel eens bijzonder zinvol  kunnen zijn om stotterende mensen te typeren en te helpen. Wat voor therapie werkt voor welk soort type stotterende mens en waarom werkte iets niet? De ideale wereld.

Dit lijkt op het eerste zicht wellicht een naïeve houding van mezelf maar de start is reeds gegeven in onze feitelijke vereniging van stottertherapeuten in Vlaanderen. Waar we jaarlijks samenkomen om te kijken hoe het gesteld is met het werken met stotterende mensen. Iedere stroming of afstudeerrichting (CIOOS, ECFS, AAS) heeft zijn eigen intervisie kader wat terug jammer is.

Eén van de belangrijkste vragen is wellicht deze:

Wanneer is een therapie succesvol?

Wanneer kan je spreken dat een stotterende mens geholpen is? Moeten we stottertjes tellen bij het begin en einde therapie? Of is het algemene tevredenheidsgevoel van de stotterende mens dat we moeten scoren? Deze vraag kan al een hele belangrijke discussie worden want hoe kan je therapieën gaan vergelijken of beoordelen wanneer men andere criteria gebruikt in succes beleving. Hier wringt dus al een schoentje…

Is meten weten? En wat gaan we meten? Is er sprake dat een bepaalde meting objectiever is dan een andere?  Kan men subjectieve ervaringen van succes objectief  meten of is dat enkel maar interpretatie? Zijn stotters tellen dan wel een objectieve meting? Ik dacht van niet. Want hoeveel variabelen beïnvloeden deze test? Wie nam de test af? Was het een sympathieke oude dame of een jonge nerveuze man. Waar werd de test afgenomen? Thuis, op straat of in een vertrouwde ruimte… En wanneer werd test afgenomen? ’s Morgens bij het ontbijt na een zware nacht of na de middagpauze na een zware lunch…?  En dan nog niet te spreken over welk tijdstip na de therapie werd er getest? Eén week, één maand, één jaar of vijf jaar? Professor Bloodstein uit New York heeft criteria geformuleerd voor claims van  de werkzaamheid van een therapie maar is dat nodig? Want is er sprake van genezing als stotteren geen ziekte is.

Dit alles maakt het mogelijk dat iedere therapeut met een beetje kennis van zaken zichzelf heel succesvol kan zien. Iedere therapeut kent wel een specifiek geval die na enkele sessies stottervrij was. Moeten we die dan op youtube gooien en zeggen dat onze aanpak werkt?

Meten is… dus niet zo éénvoudig bij het fenomeen stotteren. Omdat de factoren die het stotteren in positieve of negatieve zin beïnvloeden niet te tellen zijn. Wie anders beweert kent de stotterende mens niet en heeft geen inzicht in de complexiteit van het probleem stotteren.

Elke therapie heeft zijn succesverhalen en daarmee moeten we leren leven. Zowel Delferro, Mcguire, Hausdörfer en onze eigen BLS methode kent succesverhalen maar zeker ook minder succesvolle verhalen.

Wat interessant zou zijn is het uitschrijven in boekvorm van deze methodes en/of behandelingsplannen. Wat zijn de doelen van de therapeuten? Werkt men in groep of individueel? Mogen ouders de cursus bijwonen? Vanaf welke leeftijd kan men deze cursus volgen. Werkt men op maat? Wat is de prognose bij deze therapie? Is er nazorg? Zijn er factoren die de cursus positief al dan niet negatief beïnvloeden? Enzovoort enzovoort…

 

Nog een punt van discussie is natuurlijk de media…

Is de media onze bondgenoot in het helpen van de stotterende mens?

Het programma SPRAKELOOS vond ik jammer genoeg smakeloos. Prachtig en flitsend gemonteerd en niets dan lof over de deelnemers voor hun moed en doorzettingsvermogen maar het liep al fout bij “De wereld draait door” waar Arie Boomsma sensationele reclame maakte over zijn programma en deze wonderlijke therapie. Want  “na drie dagen therapie”…stotterden deze mensen niet meer…

Ook Ingrid Delferro vond “De wereld draait door” waar zij tijdens de release van de film The King’s speech terug een pak Nederlanders wou overtuigen dat de middenrifspier niet goed werkte bij de stotterende mens… Miss Montreal had geen zin om eventjes een minuutje Delferro na te doen… en terecht zou ik zeggen. Wij zijn geen circus apen. En zelfs het anti-stotter apparaatje de Speecheasy kende zijn ‘moment de Gloire’ en kon Oprah Winfrey verleiden tot uitspraken als THE MIRACLE voor de stotterende mens…

Ik kan gerust zeggen dat ik reeds meer dan 20 jaar een liefde/haat verhouding heb met de pers/media. Ik beschik over 4 dikke plakboeken vol persknipsels over mijn stotteren. En ja, de media heeft mij snel bekend/groot gemaakt en neen, ik zou niet meer op dezelfde wijze in de media komen met mijn stotteren. De reden is simpel… je weet niet wat een regisseur doet met je uitleg en de video opnames in de montage ruimte. Een videomonteur kan met zijn montage je maken of kraken…De media is je vriend of vijand. De alternatieve methodes werden de vriend van de media. Omdat de verhalen zo emotioneel lekker waren voor het publiek. De klassieke therapeut/logopedist kwam niet in de media omdat de logopedist zijn cliënt en therapie niet in dat mediacircus wilde gooien. Dat siert de logopedist die wel succes had met cliënten maar daarover niet wilde berichten. Maar langs de andere kant bleef de stotterende mens onzichtbaar. En had jan met de pet geen idee van wat stotteren nu eigenlijk was.

Moet ik dan ook een mea culpa slaan omdat ik in zowat elk boekske, tv/radiostation in België stond of optrad? Voor 1995 zag je alleen komiek Jacques Vermeire die met het typetje van Jeanke de visser op oudejaarsavond op de VRT (toen BRT) de mensen aan het lachen bracht met het gekke smoelenwerk en chronische herhalingen van lettergrepen a la sasasasasalami. Hij was de enige figuur die  stotteren fout op de kaart zette en hoe…? Er moest dus iets gebeuren. De stotterende mens kreeg plots een stem toen ik  minder begon te stotteren. Vaak waren het eerlijke juiste artikels maar soms herkende ik mij helemaal niet in wat men schreef of liet zien… Daarom dat ik met alles wat in de media komt over stotteren een liefde/haat verhouding heb. De berichtgeving is verre van verdiepend en objectief gebracht. Vaak is er geen tijd genoeg en wordt enkel gefocust op sensationele beelden. Dat is televisie wie anders zegt kent het wereldje niet.

Zo ook de cursisten in het programma Sprakeloos. Anders hadden ze misschien niet meegedaan voor hun lotgenoten. Alle cursisten hadden zwaar motorisch stotteren op hun actief en dat moest getoond worden. Liefst ook met wat extra emotionele trucjes van de regisseur en videomonteur in de montagekamer. Mogen er dan geen zwaar motorische stotterde mensen te zien zijn op TV? Natuurlijk, een programma zoals “Je zal het maar hebben” van BNN over stotteren was van een heel hoog niveau. Waarop journalist Michiel rechttoe rechtaan maar met respect voor de mens die stotterde zelf op pad ging als zogezegde stotterende mens. Hij kroop in de huid van iemand die stotterde en deed dat met zoveel respect dat we deze uitzending vaak aan onze cliënten laten zien.

Sprakeloos was van een ander niveau zoals de meeste programma’s over stotteren. Eenzijdige informatie met nadruk op emotie, tranen en beelden. Het beeld van de stotterende mens was het beeld van de zwaar motorisch stotterende mens waarbij andere types van stotterende mensen niet aan bod kwamen. Zoals de verborgen stotterende mens… de man die je nooit hoort stotteren maar toch stottert in zijn binnenste. De man die niet motorisch stottert of gekke bekken trekt maar eenvoudig via een synoniem zijn stotteren kan verbergen. De meeste stotterende mensen stotteren vaak minder erg dan de mensen die op SPRAKELOOS kwamen.

De deelnemers aan SPRAKELOOS werden voor de kar van infotainment gespannen ook al zullen ze dat nu nog zeker niet toegeven. Later zal men mij misschien schoorvoetend gelijk geven dat ze beter niet meegedaan hadden.

Het proces van SPRAKELOOS is het proces van mensen van de redactie van Sprakeloos niet van de cursisten of coaches. Hoe verliep de research? Hoe diepgravend wou men gaan of gewoon wat stotteren tonen met een happy end? In de televisiewereld  is time money. Elke minuut televisie kost handenvol geld dus ook research kost geld. Hoe minder research hoe goedkoper het programma maar ook hoe oppervlakkiger…

Maar het programma was, hoe je het draait of keert, een gouden zaak voor de Mcguire therapeut. Het was een regelrechte reclamecampagne voor Mcguire…? Werd er gelobbyd om Mcguire te promoten? Dat laat ik in het midden. Maar zeker is het feit dat  de makers van het programma geen  benul hadden van deze reclame stunt.

Ook in België kreeg Mcguire via VTM en VRT voet aan de grond in goed bekeken programma’s. Zelfde lobby machine? Daar draafden een paar cursisten op die  op een haast mechanische manier hun  spreekding deden. Zie ik  kan mijn naam zeggen. Whaw. Dat had niets met natuurlijk spreken te maken maar met een ver doorgedreven techniek zonder meer. Natuurlijk moeten we ons de vraag stellen hoe het komt dat nog zoveel mensen bij zo een simpele spraaktaak dat als een succeservaring ervaren en dat niet hebben ondervonden in de klassieke therapie…? Iets waar de klassieke therapeuten ook moeten over nadenken.

Nog steeds merk ik dat chorus reading, samenlezen, bij vele stotterende mensen niet gekend is…

Toch kunnen wij Belgen ook wel spreken van enorme media blunders. De affaire Rilatine voor stotterende mensen maakte van een Professor een debieltje. Vooraf in de media aankondigen dat je onderzoek gaat doen naar het product Rilatine omdat er één persoon niet meer zou gestotterd hebben na het innemen van Rilatine zette kwaad bloed bij vele ervaren therapeuten. Wat bezielde die man om een farmaceutisch bedrijf via de media  in de kijker te zetten met een ondertoon dat Rilatine zou werken voor die stotterende mens. Velen gingen op eigen houtje experimenteren… met een zware ontgoocheling als bonus.

Een goed onderbouwd, kritisch en wetenschappelijk programma over stotteren daar moeten we nog op wachten. De 7 uitzendingen van Sprakeloos hadden daar kunnen voor dienen. Nu was het 7 x hetzelfde scenario… Arme luie televisiemakers?. Een fout TV programma loert nog steeds om de hoek omdat het economisch voor sommige therapeuten belangrijk is. De boodschap kan dan weer een foute perceptie geven bij de man in de straat  als de redactie zijn werk niet goed doet of er hidden agenda ’s zijn bij de berichtgeving. Gelukkig kon in België stottertherapeut Kurt Eggers in het programma Telefacts van VTM even een kleine nuance brengen in de aanpak en succesbeleving van Mcguire. Maar jammer genoeg kreeg hij niet voldoende tijd om een objectief oordeel over deze therapie gestalte te geven. Ook de aankondigingen die vooraf gingen aan het programma…deden een foute perceptie ontstaan. Vaak hoorden wij de TV presentatrices het programma aankondigen met zinnen als: “Op 3 dagen stottervrij!”… , “Een verbazende therapie…” enzovoort.

De alternatieve methodes hebben best wel wat goede kanten, maar wat mij stoort is hoe de media zonder enige vorm van nuance dergelijke methodes als een succestherapie voorstelt en dat zonder diepgang en wetenschappelijke onderbouw of nuances. Moeten wij ons laten slachtofferen door die media?

Onlangs kon ik op facebook een bericht lezen van een ex-deelnemer aan de cursus van Mcguire met de melding dat hij al voor de 4de keer deelnam aan zo een weekend… Daar is terug niets mis mee en daarmee wordt ook de motivatie bevestigd van die deelnemer. Chapeau voor de inzet van die man maar het ontkracht de perceptie dat je na 3 dagen of één enkel Mcguire weekendje stottervrij bent. Deze persoon gaf zelfs grif toe dat hij enorm hard moet werken om vlot te spreken in de onbeschermde omgeving. Ook andere deelnemers gaven dit toe. Jammer dat je dat nooit ziet in een uitzending. Maar natuurlijk dat is niet cool. Daar heb ik het moeilijk mee. Nu krijgen alle stotterende mensen zowel op het werk, op school en/of in hun familie opmerkingen en zelfs verwijten te horen dat zij nog steeds niets gepresteerd hebben om vlot te leren spreken. “Het is toch zo simpel hé… kijk maar naar SPRAKELOOS” enz…Met deze mensen houdt de media geen rekening. Deze stotterende mensen worden nog meer in de kast gezet door dergelijke uitspraken. En daar heeft de media dus grote schuld aan. Zij stotteren nog en zijn niet stottervrij na  3 dagen therapie…

Momenteel is de media geen bondgenoot voor de stotterende mens ook al komt de stotterende  mens nu wel in diezelfde media. Ik doe hier een oproep aan de “goeroes” van verschillende therapieën die zich om allerlei redenen in de media gooien.  Wees zo volledig mogelijk en eerlijk over je therapie. Geef eerlijke informatie weer op jullie website. Durf de mythe van “op drie dagen stottervrij” zelf te doorbreken door daar eerlijk over te berichten. Mcguire leden doen dat nu al via facebook. Maar vooral hoed u voor hokjes denken, draag geen oogkleppen maar leer van alle therapieën in het rond. Ga gesprekken aan met anderen en durf jezelf in vraag te stellen. Deze houding is zeer verrijkend en laat je zo meer kennis vergaren om de mens die stottert te helpen. Dat deed ik vroeger niet maar nu is het mijn grootste troef in therapie geven. Ik leer van iedereen en neem het beste  van elke therapeut mee in mijn op maat gemaakt behandelingsplan voor de stotterende mens.

Ik ben er klaar voor omdat ik nu 52 jaar word en ik mijn ego niet meer mee laat spelen maar het algemeen belang van de stotterende mens vooropstel.

Het proces van logopedie, Mcguire, Del Ferro en Hausdörfer?

In Nederland zijn deze drie alternatieve therapieën vaak in de media geweest. De gewone logopedisten/stottertherapeuten voelen al jaren de hete adem in hun nek van deze therapeuten. Logopedisten of geschoolde stottertherapeuten komen zelden in de media.

Een vorm van concurrentie kan vaak mensen scherp stellen en doen nadenken over hoe therapie geven. Ook de geschoolde stottertherapeuten zagen waarschijnlijk met lede ogen aan dat de zorgverzekeraars in Nederland zonder veel na te denken therapieën begonnen te vergoeden die niet wetenschappelijk werden onderbouwd. De wetenschapper werd over het hoofd gezien bij deze beslissingen en dat doet natuurlijk pijn.

Maar je kan ook zeggen dat de cliënten van deze alternatieve therapeuten wel het stotteren bespreekbaarder maakten dankzij hun getuigenissen over het stotteren. De stotterende mens kreeg een gezicht en neen het was niet de karikatuur die Jacques Vermeire/Andre Van Duin ons jarenlang  om de oren sloeg.

Het grote gevaar… de zelfstandige?

Niemand van de therapeuten zal beweren dat hij de stotterende mens als een gemakkelijke prooi ziet voor zijn therapie en toch is het zo. In Nederland is de strijd achter het toneel losgebarsten tussen Delferro, Mcguire en Hausdörfer en wordt er op de websites (vaak gesponsorde) met superlatieven gegoocheld om deze kwetsbare mens te strikken voor hun therapie.

De klassieke  geschoolde therapeut staat in dit gevecht in de kou wegens deontologische redenen. Hij kan zijn succesverhalen niet kenbaar maken op dezelfde wijze als de alternatieve therapieën en mist zo een deel van het cliënteel die zeker geholpen zouden worden met therapie  op maat.

En wanneer economische belangen spelen is vaak de cliënt de dupe. Het heil van de cliënt moet op de eerste plaats  staan maar ben ik dan naïef  als ik dat propageer? Onze therapeuten van BVBA Algemene aanpak stotteren hebben deze erecode van “cliënt centered therapy” zwaar onderschreven  en geven zich ten volle om alle kansen te bieden aan de stotterende mens. Daarom ook dat wij kosteloos samenwerken met de zelfhulpvereniging van vzw Best en dat omdat deze samenwerking onmisbaar is voor het bekomen van belangrijke  successen voor deze stotterende mens. Daarom ook dat vzw Best zich verder wil opwerpen als organisator van spreekweekenden voor ALLE stotterende mensen welke therapie ze ook volgen of gevolgd hebben. Op zo een weekenden kan men oefenen en ervaringen uitwisselen en kan hun therapeut ook aanwezig zijn indien nodig. Misschien ben ik naïef maar op zo een weekenden kan de mens die stottert profiteren van de ervaring van het individu en misschien zelfs van de methode van iemand anders. Uit je comfort zone treden kan op zo een weekenden en dat juich ik ook toe. En neen er is niks mis met een alternatieve methode zolang de deelnemer in kwestie vindt dat hij fantastisch goed bezig is en dat zijn leven enorm positief veranderd is. En ja, zo heb je mensen die met een alternatieve methode  een nieuw sociaal-verbaal leven opbouwen.

 

Zijn er puntjes van kritiek op deze alternatieve therapieën en logopedie?

Meer en meer zien we dat alternatieve methodes big business zijn. Een weekendje stotteren afleren kost al rap tussen de 1500 en 2500 euro waarbij persoonlijke onkosten zoals  eten en slapen niet inbegrepen zijn. Mikken deze alternatieve methodes op kwantiteit ipv op kwaliteit? Misschien wel maar we moeten ook toegeven dat individuele logopedie 44 euro per uur (In België) kost indien je terugbetaling geweigerd wordt in het andere geval krijg je 75% terugbetaald voor 192 sessies van een half uur. Dat is ook niet zo weinig en dan nog niet te spreken over de geldigheidsduur van je therapie. Je krijgt maar een periode van twee jaar aanéénsluitend…

De therapeuten van BVBA algemene aanpak stotteren werken zoals reeds gezegd samen met vzw Belangengroep stotterende mensen. Eén cliënt krijgt één therapeut voor zich gedurende twee uur per week gedurende 1 a 2 jaar en daarnaast organiseert vzw BEST super goedkope zelfhulpweekenden, spreekavonden en infosessies. Zo een spreekweekend kost all-in MAAR 100 euro. Tijdens deze weekenden wordt de individuele therapie getoetst aan deze groepssetting. De cliënt kan samen met zijn therapeut(e) het geleerde toepassen. Alle therapeuten van BVBA AAS zijn gediplomeerde logopedisten en hebben zich gespecialiseerd in stotteren. Nergens  zijn er momenteel zo een weekenden bij de alternatieve therapieën zoals Mcguire, Delferro en Hausdörfer maar ook de logopedist laat dit prachtig staaltje van ondersteuning aan hun neus voorbijgaan… Is er hier sprake van angst?  Angst dat de therapeut zijn cliënt verliest in het zelfhulpgebeuren…???

Zijn de coaches professioneel?

De coaches bij de andere alternatieve therapieën kan je zeker geen therapeuten noemen met een zelfde kwaliteitslabel/diploma  als stottertherapeuten die dag in dag uit met stotterende mensen werken. Ten eerste hebben ze geen volwaardige opleiding genoten, ten tweede spreken die coaches vaak alleen uit hun eigen ervaring en ten derde is het iets wat ze maar een paar keer per jaar doen. Hier schuilt dus een reëel gevaar van de amateur die zich op professioneel terrein waagt. Een vergelijking maken met de wereld van de chirurgie laat al vermoeden dat er doden kunnen vallen. U lacht? Wat als de coach niet voldoet aan de eisen van de cliënt. Een mismatch is snel gebeurd. Wat als alles de mist in gaat en de coach wat aanmoddert met zijn toegewezen cliënt…Maar ook, wat als het therapieplan niet voldoet aan de eisen van de cliënt…  Dit is van groot belang bij het slagen van een therapie. Welk behandelingsplan krijgt mijnheer X en welk plan voor Mevrouw Y. De alternatieve therapieën doen hier niet aan mee en gaan er vanuit dat één bepaalde methode de enige weg is voor spraakverbetering. Zo zagen we bij Mcguire dat iedere deelnemer na 3 dagen  100 mensen moet aanspreken in het openbaar… Dat is exposure van het ergste formaat voor sommige mensen…

Daarom laat mensen die stotteren toe tot de opleiding van logopdie/stottertherapie. Dat zijn twee vliegen in één klap. En ze hebben stotterervaring en ze bekwamen zich in de wetenschappelijke basis van stotteren. Wie heeft hier terug schrik voor wie?

Kunnen we iets leren van alternatieve therapieën?

Het groepsgevoel kan voor sommige stotterende mensen een stap zijn om actie te ondernemen maar ook juist niet. De groep is vaak een voorbeeld voor het individu en omgekeerd maar we mogen dat niet generaliseren.

De traditionele stottertherapeuten en logopedisten hebben maar al te vaak de stotterende mens gezien als een te behandelen persoon met weinig persoonlijke inbreng… De ervaringsdeskundigen werden vaak op hun onkundigheid gewezen. Maar ook de stotterende mens werd mondiger en gebruikte de media.

Toekomst?

De ideale wereld voor de stotterende mens is heel simpel. Laten we onze kennis samen gooien. Laten we van elkaar leren en openstaan voor EN de wetenschappelijke wereld met tal van interessante onderzoeksprojecten EN de ervaringsdeskundige met zijn alternatieve therapieën. Deze smeltkroes, die nu nog verre van bestaat, van ervaringen kan het voor de stotterende mens alleen maar beter maken.

Ikzelf ervoer vaak dat ik tegen een bastion moest vechten om dingen te laten veranderen in stotterland. Het feit dat ik logopedist werd en stottertherapeut wilde worden werd niet met gejuich onthaald. Integendeel. Nu 14 jaar later en na het behandelen van honderden cliënten als logopedist /stottertherapeut kan ik zeggen dat de samenwerking tussen zelfhulp en professionele hulp vele mensen een nieuw leven heeft gegeven. Maar toch blijven de meeste Belgische therapeuten angstig kijken naar deze zelfhulp beweging. Gelukkig komt daar nu verandering in dankzij de opleiding die BVBA AAS geeft aan afgestudeerden in de logopedie. Maar wat met mensen die te horen krijgen dat zelfhulp gevaarlijk is tijdens hun opleiding… Hier terug de vraag WIE heeft schrik voor wie of wat?

Ook Nederland heeft hier momenteel de boot gemist maar het is nooit te laat om de handen in elkaar te slaan. Als België het probeert waarom zou de Nederlandse professionele therapeuten en de alternatieve methodes niet van elkaar leren?

Deze tekst is met passie geschreven voor de mens die stottert. Ik hoop dat wij kunnen bouwen aan een verdraagzamer therapiebeleid en dat we onze eigen hidden agenda’s nu eens echt op de brandstapel gooien.

Vuur en passie zijn nodig om dit te bewerkstelligen.

 

Interesse?

Stuur uw ongezouten mening op deze tekst naar gertreunes@gmail.com

Alle teksten worden zonder censuur gebundeld en op het net gegooid.

Op www.stotteren.be

 

 

Wetenschappelijke Mcguire uitleg op zelfhulpweekend vzw BEST

E-mailadres Afdrukken PDF

Op het 126ste zelfhulpweekend van vzw BEST te laarne en dat op 21/22/23 maart kan je een infoworkshop volgen over de wetenschappelijke basis van de Mcguire methode.

Op deze infoworkshop zullen alle vragen beantwoord worden wat de relevantie is van de Mcguire methode.

Volgende vragen en antwoorden komen zeker aan bod:

Kan je stottervrij worden op een drie dagen Mcguire weekend?

Is ademhaling de oorzaak van stotteren?

Hoe groot is het percentage op hervallen?

Ben ik geschikt om de Mcguire cursus te volgen?

Is de Mcguire methode wetenschappelijk onderbouwd?

Wie is Mcguire?

Wat is Mcguire?

Wil jij als Mcguire deelnemer ook deelnemen aan dit zelfhulpweekend dan kan dat voor 100EURO ALL IN. D.W.Z. alle workshops, eten en 2 overnachtingen inclusief.

Op dit weekend komen mensen die stotteren om te werken aan hun spreken. Of je nu BLS, Mcguire of een andere methode hebt gevolgd.

Sprekers zijn allen professioneel geschoold in stotteren.

 

Deze infoworkshop vindt plaats op zaterdag 22 maart om 14uur. Inkom is gratis.

Waar: jeugdherberg DE VALK te Laarne Mellestraat 18

Meer info? mail naar gertreunes@gmail.com

 

Stottertherapeut Adriaan Bertens reageert op SPRAKELOOS.

E-mailadres Afdrukken PDF

Auteur: Adriaan Bertens

EEN HELDERE BENADERING VAN STOTTEREN

Als reactie op de vertroebelde praktijk rondom het fenomeen stotteren in Nederland

In Nederland bestaan er nogal wat ideeën over de oorsprong van stotteren en de aanpak ervan. Zowel onder leken als professionals. Veel van deze ideeën kunnen probleemloos naar het land der fabelen worden verwezen. Want te lang is geloofd dat stotteren overbodig en dus af te leren was, veelal gebaseerd op pseudowetenschap. Gelukkig begint er in Nederland voedingsbodem te komen voor een wetenschappelijke benadering van stotteren. Ik meen daarom dat de tijd rijp is voor een kraakheldere introductie op het werk van de vooraanstaande wetenschapper en spraakpatholoog Charles van Riper.

Zijn evidence-based theorie geeft klip en klaar antwoord op de vraag: wat is stotteren en wat is hiervoor de natuurlijke en effectieve aanpak?

Stotteren als vriend én vijand

Sanne Hans, beter bekend als zangeres Miss Montreal, vertelde recent (6 juni 2013) in een tv uitzending van omroep BNN over haar relatie met stotteren. Stotteren, vertelde ze, is mijn grootste vijand én tegelijk mijn grootste vriend. Zelf stottert ze er af en toe lustig op los. Ze lijkt moeiteloos te praten mét stotteren en moet moeite doen om zonder stotteren te praten. Dat kán ze wel, maar wil ze meestal niet. Ze kan vloeiend zingen en vloeiend spreken met opvallende armgebaren. Maar ze kiest dus bewust voor moeiteloze spontaniteit mét stotteren. Daarmee pleit ze impliciet voor de vrijheid van het woord. Het lijkt haar keuze in vrijheid. Sanne’s stotteren wisselt; soms gaat praten moeizaam, soms vanzelfsprekend. Ze lijkt het te nemen zoals het komt. En dus nemen haar luisteraars het gestotter ook zoals het komt. Niemand kan haar immers dwingen om gecontroleerd, aangepast te spreken. Evenmin kan Sanne mensen dwingen om naar haar gestotter te luisteren. Maar dat doen de meeste mensen wél. Omdat Sanne wat te zeggen heeft. Vaak frisse, zinvolle, eerlijke dingen. Ze heeft vriendschap gesloten met haar stotteren. Sanne Hans kiest voor die vriendschap. Een originele vriendschap, die haar wat brengt: vrede. Natuurlijk is er soms ook vijandigheid. Echte vriendschap dus, met alles er op en er aan.

 

Stottersprookjes

Natuurlijk zijn er óók krachten die iets tégen haar opvallende keuze hebben. Die krachten richten zich natuurlijk niet op Sanne Hans zelf. Ze kijken wel uit om een rijzende ster als Miss Montreal te bekritiseren. Nee, de tegenkrachten richten zich op de vakmensen. In dit geval de stottertherapeuten die betrokken zijn bij het televisieprogramma van BNN. Deze vakmensen worden aangevallen op hun realistische boodschap aan de kandidaten. Deze luidt:: ga het proces in om bevriend te raken met onwillekeurig en grillig stotteren. Die boodschap is voor velen geen sinecure. En gaat tegen de ondeskundige stroom in. Het idee dat stotteren overbodig is, ligt immers ten grondslag aan de mening van de morrende meute. Het is volgens de massa knap als je je stotteren met kunstgrepen de baas kunt. Zeker als het stotteren bizarre vormen aanneemt. Dan lijkt een wonder geschied in een paar dagen. Maar dat zijn sprookjes.

Sinterklaas bestaat niet. Het is pure zinsbegoocheling!

 

Deze sprookjes die de stotter-intolerantie opjagen, worden bijvoorbeeld door het instituut van de reeds overleden zangpedagoog Del Ferro al jaren héél handig gevoed. Het resultaat van die beïnvloeding is, dat de ondeskundige man van de straat vindt, dat stotteren niet hoeft. Kwestie van goed ademen! Net zo makkelijk! Om die reden brengt Sanne Hans de leek in verwarring. Ze kan vloeiend praten, maar wil het niet. Waarom doet dat wicht niet beter haar best? Nou simpel. Omdat het onmenselijk is. En onnatuurlijk. Eérst concentreren, dan ademen en dan pas spreken is onnatuurlijk. En daarom niet vol te houden. Voor haar is stotteren natuurlijk. En daar kiest ze voor. De prijs van beheersing is voor haar te hoog. Bovendien klopt het ademsprookje ook fysiologisch niet. Nu is het weer het televisieprogramma ‘sprakeloos’ van de KRO dat valse mythes voedt. De ondeskundige infotainmentmachine ligt aan de voeten van Arie Boomsma…Ik vind het ongelooflijk…Bandje om de borstkas, ademen en weg stotteren.(zij het voor even) De media zijn in geval van een terugval in geen velden of wegen meer te bespeuren. Nuance, details en diepgang zijn niet goed voor de kijkcijfers. Om aan te tonen dat wondertherapie toch niet zo goed werkt als het aanvankelijk leek, is weinig publieke belangstelling. We maken/bekijken liever een show met deze stotteraars dan ons te verdiepen in de achterliggende theorie. Sleur schuift en is verleidelijk.

 

Het doel heiligt de middelen

De grote massa beziet stotteren tamelijk eenvoudig. Problemen moeten weg. Dus óók

stotteren. Beheersingstechnieken trainen, als het moet zelfs onnatuurlijke: het doel heiligt de middelen. De vraag is: wat te doen als je stottert of stotteren behandelt? Vrijuit stotteren of stotteren verdelgen? Wat is nou ‘wijsheid’? We willen eenvoud, geen verwarrende boodschap. Laten we die wezenlijke vraag beantwoorden. Door het fenomeen stotteren objectief en subjectief te beschrijven en genuanceerd te bekijken én met kennis van zaken. Even doorbijten. Ik maak het helder. Essentie is uiteindelijk Eenvoudig: E=E .

 

Wat is stotteren?

En wat is de kloppende, natuurlijke, duurzame en effectieve aanpak?

Vanuit een klinisch en theoretisch kader is stotteren een al dan niet erfelijke neuromotorische timingsstoornis. Dat wil zeggen dat de juiste spreekbewegingen niet consequent op het juiste moment gemaakt worden. Het moment dat dit gebeurt, gaat het ingenieuze en razendsnelle spraakterugkoppelsysteem op eigen initiatief bijsturen. Door nóg eens te proberen, of door de klank aan te houden ter bijsturing. Dat doet het systeem vanzelf. Het primaire stotteren (herhalen en verlengen) is in de kern dus hoorbare zelfcorrectie ten gevolge van onhoorbare mistiming van de spraakbewegingen. Feitelijk is het niets anders dan een planningsprobleem in het spreken. Deze planningsproblemen kunnen deel uitmaken van het ontstaan van stotteren. Het taal- en spraaksysteem is bij kinderen aan het ontwikkelen in de richting van een heel ingenieus, snel, maar feilbaar communicatiesysteem. Vandaar ook dat stotteren bijna altijd ontstaat in de periode van de taalverwerving. Zeker bij stormachtige of haperende taalontwikkeling. Meestal ontstaat stotteren tussen het tweede en vierde jaar. Vaak doordat er in de spraakmotorische ontwikkeling iets mis gaat. Soms is dat tijdelijk, maar als de neuromusculatuur zwak aangelegd is, gaat het chronisch mis. Stotteren blijft hangen bij ongeveer 1% van de kinderen.

 

De theorie van Charles van Riper (1905-1994): een begin van helderheid

De fenomenologische verklaring dat stotteren in wezen een neuromusculaire timingsstoornis is, werd als eerste gepostuleerd door de Amerikaan Charles van Riper, een alom gerespecteerd wetenschapper/ spraakpatholoog. Hij publiceerde over logopedie en vooral over stotteren. Zijn leerboeken zijn over de hele wereld vertaald. Hij ging dieper in op stotteren, mede omdat hij het zelf van kinds af aan deed. Hij heeft zijn spraak zijn hele leven moeten sturen. Hij was óók een gerespecteerd en charismatisch therapeut. Van hem zijn bij vakmensen ingenieuze en innovatieve behandeltechnieken bekend, zoals de ‘cancellations’ Hij was werkelijk een pionier, in een inmiddels onvoorstelbare tijd, waarin er bijvoorbeeld geen bandrecorders waren. Evenmin had hij hulpmiddelen tot zijn beschikking die de snelle spraakbewegingen konden analyseren. Spraakspieren bewegen duizelingwekkend snel. Wat hem restte was het fenomeen bekijken, experimenten doen en zorgvuldig nadenken.

 

De betrekkelijkheid van vloeiend spreken

Toen die apparatuur uiteindelijk beschikbaar kwam, bleek Van Riper gelijk te hebben: óók bij vloeiend klinkende spraak is er sprake van mistiming. Dus: de stottervrije spraak bleek allerminst perfect. Daarmee werd een groot mysterie opgelost: waarom stottert een mens niet altijd? Waarom wisselt het zo? De vloeiende spraak van stotterende mensen wemelt óók van de mistiming, maar nét niet erg genoeg voor bemoeienis van het zelfcorrectiesysteem. Dan klinkt het oppervlakkig vloeiend, maar is het feitelijk allerminst. Stotteren wat weg lijkt, is niet weg. Vloeiend spreken hapert aan alle kanten.

Stromstra (USA) was de eerste (1986) die op basis van een fonetische analyse (hetonzichtbare van spraak meten) lange termijn voorspellingen waagde te doen: “Dit kind stottert nu vreselijk, maar de fonetische analyse wijst uit, dat het vanzelf zal verminderen. Want het is nu wel herhalen en verlengen, maar niet op basis van onhoorbare mistiming”. Die voorspellingen van de Amerikaan Stromsta bleken zéér accuraat. Hij heeft de kinderen uit de studie ongeveer 30 jaar gevolgd. Het aantal onzichtbare mistiming was dan bij de kinderen die zonder hulp herstelden weinig of nihil, ondanks flink hoorbaar gestotter. In zo’n geval is therapie onnodig. Want er is geen neuromusculaire stoornis. Begeleiding van de omgeving (gezin, school) is dan wel gewenst. Maar het kind zelf hoeft niks te leren compenseren.

In 1991 schreef professor Van Riper ‘final thoughts about stuttering’ in het gerenommeerde vaktijdschrift Journal of Fluency Disorders. Hij (toen 86 jaar) wilde op een bierviltje even kwijt, wat hij na 60 jaar studie en ervaring, wist over de essentie van stotteren: een al dan niet erfelijke neuromusculaire timingsstoornis. Een monumentaal viltje, bijna 25 jaar geleden. Een belangrijk begin van helderheid. Gefundeerde helderheid wel te verstaan.

 

Klinkklare onzin

Ik was in 1991 al een jaar of twintig vakman op het gebied van stotteren. Ik had veel internationaal contact, met name met Amerikaanse, Vlaamse en Duitse vakbroeders. Ik verbaasde me vaak over baarlijke nonsens die werd beweerd over stotteren, binnen en vooral ook buiten het vakgebied. Een vreselijk voorbeeld hiervan binnen het Nederlandse vakgebied:

Pé Faber schreef in 1975 het boekje ‘achtergronden van stotteren en spreekangst’. Hij beweerde dat stotteren veroorzaakt werd door moeders. Sommige moeders wilden eigenlijk dat hun zoon een meisje was. Daardoor waren het onzekere mannetjes. Ze projecteerden die onzekerheid op de lengte van hun penis. Die zou te kort zijn. De remedie van logopedist Faber was, om de met stotterende jongens een penisvergelijking te gaan doen in de gemeenschappelijke kleedruimte van een zwembad. Opgelucht genazen ze. Tegenwoordig zou je voor een uitvoering van een dergelijk voorstel opgepakt worden, maar toen was dat dé succesvolle remedie, die amateur psychoanalyticus Faber te boek stelde. Faber volgde Freud daarin – een beetje - met zijn psychodynamisch standpunt. Ik heb de therapeutische adviezen als jonge stottertherapeut nooit opgevolgd, omdat er geen enkele wetenschappelijke onderbouwing was, die zijn remedie schraagde. Anekdotische onzin. Van een senior nog wel. Faber was kind van zijn tijd. Logopedie was kinderspel.

Er kwam ook veel onzin van buiten het vakgebied. Zo was daar zangpedagoog Leo van den IJzer, alias Len del Ferro. Volgens hem was flankademhaling dé remedie tegen stotteren. Apekool van de acteur van het eerste ‘head &shoulders’ spotje op de televisie: “het werkt! En bij hem ook!” Wat voor shampoo werkt, geldt vast ook voor flankademhaling. Fabeltjes. Het was namelijk het identieke verhaal van de Amerikaan Martin Schwarz. Met zijn ‘stuttering solved’ (1976) had hij in de Verenigde Staten flankademhaling gepropageerd als dé zaligmakende remedie. Al duurde dat niet lang.

Waarom werd deze onzin zo lang getolereerd in Nederland?

Die onzin was in Amerika geen lang leven beschoren: het wetenschappelijk kader aldaar vroeg Schwarz om een methodologische en theoretische verantwoording. Die had hij niet en dus werd het na verloop van tijd stil. Waarom is het hier rondom Del Ferro nog altijd niet stil geworden? Omdat de Nederlandse logopedie destijds geen wetenschappelijk kader had. Er kon ongestraft onzin beweerd worden over moeders, over ademhaling. Dat laatste gebeurt overigens nog steeds.

Erger nog: ambtelijke colleges, zoals de vereniging zorgverzekeraars Nederland hadden destijds niet de moed en kennis om pretenties te ontzenuwen. Zorgverzekeraars vergoedden flankademhaling om opportunistische redenen. Er was toen geld genoeg. De druk van de media werd handig opgevoerd. Men riep er schande van dat zo’n simpele remedie niet meteen vergoed werd door de verzekeraars, want het effect was duidelijk te zien en horen. In elk geval eventjes.

Ik werd destijds met mijn gegronde bezwaren tegen dit opportunisme van het kastje naar de muur gestuurd. Ik werd met mijn ‘evidence’ afgebekt. Het werd afgedaan als ‘jalousie de métier’. Dat was het zeker niet. Flankademhaling heeft wel effecten. Maar geen geneeskrachtige effecten. Ademtraining kan wel werken. Maar zeker niet vanwege de methode. Die is namelijk onzinnig en voldoet niet aan wetenschappelijke, logische criteria.

De meta-analyses van stottertherapie-resultaten laten niets aan duidelijkheid te wensen over: ademtherapie werkt wel, soms sensationeel, omdat het vertraagt.

Daar waar spraakpathologie in de Verenigde Staten een volwaardige toegepaste gedragswetenschap was, bleef dat in Nederland ver achter. Hier was logopedie een

verbijzondering van de kweekschool. Wetenschap? Nee. Spraakkunst? Ja. Welsprekendheid? Zeker! Maar geen streng wetenschappelijk regime voor pretenties, zoals in de Verenigde Staten. Evidence-based stond in de kinderschoenen. Onderbouwing ontbrak. Dus kon er geraaskald blijven worden.

 

Een voorzichtige kentering in Nederland: met vallen en opstaan

Inmiddels is de fundering van de logopedie in Nederland wél gegroeid. Er is heden ten dage een ‘master of science’ in de spraakpathologie. Er worden richtlijnen geformuleerd op basis van wetenschappelijke feiten.

Toch worden grote monden en ongefundeerde pretenties nog altijd niet met genade afgestraft. Dus kan er nog steeds onzin beweerd worden. Pijnlijk voorbeeld is de pionier van deneurochirurgie van de vorige eeuw, dr. Ed de Grood uit Tilburg. Hij was gezaghebbend en meende iets over stottertherapie en adem te kunnen zeggen, terwijl hij daar geen bal verstand van had. Zo gaf hij in een persoonlijk gesprek toe, dat hij nog nooit gehoord had van onze wetenschappelijke tijdschriften. Journal of Speech and Hearing Research? Journal of Fluency Disorders? “Nooit van gehoord”, zei dr. De Grood. Hij was grood op een aanpalend terrein, maar totaal onwetend op mijn gebied, de spraakpathologie.

Toch bleef deze arts ongefundeerd beweren dat flankademhaling dé remedie tegen stotteren was. Niemand die deze bekwame neurochirurg terugstuurde naar zijn leest. En vader Del Ferro spande De Grood voor zijn karretje. Een mooi voorbeeld van misbruik van ‘medische autoriteit’. De Grood was totaal niet geïnformeerd over stotteren, maar zijn redenering staat anno 2013 nog prominent op de site van dochter Del Ferro. Dat is allemaal mogelijk. Stelt u zich voor dat ik iets zou beweren over de neurochirurgie, omdat ik in 2004 patiënt was…

 

Wanneer spreken we van genezing dan wel verbetering?

Er is gelukkig een gezonde ontwikkeling. Voor ambitieuze pretenties moeten bewijzen overlegd worden. Ongeveer dertig jaar geleden kon de Brabantse kruidendokter van Moosdijk beweren dat zijn kruidenmengsel een medisch wondermiddel was. Er worden nu gelukkig eisen gesteld aan bewijs. Zo snapt iedereen dat amputatie geen genezing van kanker bewijst. We praten over ‘genezing’ als iemand vijf jaar na dergelijke ingrepen nog leeft. Zo spreken we bij stotteren van ‘genezing’, als er 97% spontane vloeiendheid is, vijf jaar na het laatste contact met de therapeut. Dat gebeurt bijna nooit. Zeker niet als iemand een jaar of negen gestotterd heeft. Dan prijkt op hem of haar het terechte en vervelende etiket ‘chronic perserverative stuttering syndrome’: min of meer ongeneeslijk stotteren. Op zo’n moment is het raadzaam als mensen, net als Sanne Hans, vrede sluiten met hun stotteren. Voor de onderbouwing van de classificatie ‘verbetering’ zijn minder strenge criteria. Verbetering is er al gauw. De periode is wisselend. Soms weken, soms jaren, soms zelfs een stabiele verbetering Maar als het gaat over de claim ‘genezing’, kunnen we niet streng genoeg zijn. Want die hoopvolle pretentie mobiliseert al gauw ijdele hoop. En dan levert het op termijn diepe teleurstelling op. Dan zijn de camera’s al weer bij een andere kijkcijferhit.

Vrede met jezelf geeft meer rust. Zeker op lange termijn.

 

De wetenschappelijke criteria voor succes

Voor stotteren heeft professor Bloodstein uit New York twaalf wetenschappelijke criteriageformuleerd voor claims van de werkzaamheid van een methode. Zo moeten er veeleisende spraakmetingen gedaan worden. Bij voorkeur in de praktijk van alledag én ongemerkt. Er is voldoende en overtuigend internationaal wetenschappelijk bewijs dat stottertherapie helpt. Ook op lange termijn. Mits de juiste ingrediënten deel uitmaken van de aanpak. Vertraging is daarbij cruciaal. Vertraging van spraakbeweging is verreweg de meest effectieve strategie. Die vaststelling is helemaal in lijn met de verklaring van stotteren als neuromusculaire timingsstoornis.

 

Vertragen kan verder op zoveel manieren. De spraak verRUSTIGen is maatwerk. Ook charlataneske methoden werken vaak wel even: vertragen maakt vaak impliciet (toevallig) deel uit van de aanpak. Zo vertraagt flankademhaling de spraakproductie aanzienlijk. Tussen de zinnen zijn lange adempauzes verplicht. Bewust ademen is ook vertragen. Dan zijn we meteen bij de reden waarom Sanne Hans vloeiend zingt. Gezongen spraak is langzamer. Zingen is niets meer dan makkelijk praten: langzamer, makkelijker gecoördineerd en met voorgeprogrammeerde tekst. Dus ook wat betreft taalproductie is zingen eenvoudiger. Ik gok dat ingewikkelde, snelle teksten en snelle songs ook voor Sanne Hans moeilijk zijn. Bij zingen blijft de stem steeds ‘aan’ en gaat niet ‘aan-uit-aan-uit-aan zoals bij spreken. Dat mechanisme van aan-uit vraagt veel van de timing.

 

Er is dus keihard bewijs dat stotteren niet is wat het lijkt

De flankademhaling vertraagt. En is onnatuurlijk. Maar omdat het ook vertraagt, vermindert stotteren gewoonlijk. Zingen vertraagt. Dus vermindert het stotteren ook bij gezang, vaak dramatisch. Maar ik ken mensen die gaan stotteren als ze snel zingen. Dat kunnen ze niet. De reden voor verminderd stotteren lijkt dus het ademen of zingen, maar de teruggang in stotteren komt feitelijk door het vertragen. Het is niet wat het lijkt.

Tegen jonge kinderen spreken we eenvoudiger en daardoor is ons articulatietempo iets trager. Dat is meestal al genoeg om minder te gaan stotteren. Gaat het dan om stressreducerende invloed van kinderen? Nee, om de eenvoudiger, rustigere spreekbewegingen. Eenvoudiger bewegen en/of langzamer articuleren betekent direct (tijdelijk) minder stotteren.

 

Fiks stotteren is vaak niet wat het is: het is eerder flink verzet tegen haperen. Fiks verzet is overigens niet hetzelfde als een fiks neuromusculair timingsprobleem. Dat is iets wezenlijks anders. Een ernstige biologische component vraagt immers een héél andere therapeutische aanpak. Vechten tegen het stotteren is een heel ander fenomeen dan een timingsstoornis. Dit onderscheid is zó wezenlijk en wordt zo vaak NIET gezien, dat ik daarover méér ga uitweiden:

 

Wanneer stottert iemand ernstig?

Het etiket ‘ernstig stotteren’ gebruik ik alléén als de timingsstoornis ernstig is. Dat is met kennis van zaken te testen. Voor die kleinste categorie is de kans op volledig herstel van spontaan vloeiend spreken er niet. Cooper noemde dat in 1993 met recht en rede het ‘chronic perseverative stuttering syndrome’. Criterium om daar onder te vallen is onder andere het stelselmatig terugvallen ná therapie. Wat volkomen logisch is. En dus is van ‘eigen schuld’ of ‘niet willen’ geen sprake. En charlatans gaan de fout in, als ze dat wél beweren. Daarmee proberen ze hun onfeilbaarheid te rechtvaardigen. Maar bewijzen ze enkel hun onkunde. Door stotteren statistisch te benaderen, kunnen we ernstig stotteren in een ander daglicht plaatsen.

 

Stotteren statistisch bekeken

Gauss (1777-1855) was wiskundige en heeft met zijn toevalskromme bijgedragen aan tot wat nu de ‘normaalverdeling’ is: Het toeval is altijd verdeeld volgens onderstaande kromme. Veel menselijke eigenschappen zijn verdeeld volgens de toevalskromme, de ‘normaalverdeling’. Veel eigenschappen zijn namelijk ‘normaal verdeeld’:

Neem bijvoorbeeld lichaamslengte: een kleine groep heeft uiterste waarden (bijv. dwergen en reuzen), maar de meeste mensen zijn gemiddeld, aan de kleine kant of juist aan de lange kant. Dit geldt voor veel menselijke eigenschappen. Lengte, gewicht, intelligentie en motorische vaardigheden zijn allemaal normaal verdeeld. Dat geldt bijvoorbeeld niet voor zoiets als oogkleur. Motorische vaardigheden zijn ook normaal verdeeld. Epke Zonderland hoort bij de extreem motorisch vaardigen. Ik hoor bij de zwakke broeders (laag-gemiddeld). Dat ‘normale’ onderscheid is ook te maken voor timing van spraakbewegingen. Ook die motorische vaardigheid is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid normaal verdeeld:

68,2 % van de doorsnee populatie is gemiddeld, de overigen zijn óf goed óf zwak. De aanname is dan gerechtvaardigd, dat een hele kleine groep mensen in aanleg heel zwak is in de timing van spraakbewegingen, ongeveer 0,1 %. Dus van duizend mensen is er één héél zwak in de timing van spraakbewegingen. Als die persoon nou van nature heel rustig spreekt, is er niets aan de hand: het spraaksysteem wordt zelden of nooit overvraagd. Maar als deze, in aanleg, slecht timende persoon de pech heeft om van nature in een gangbaar tempo of toevallig snel te praten, dan is het bingo! Het gevolg is dan opvallend veel zelfcorrecties in de vorm van herhalen en/of verlengen. En als die persoon dan ook nog de pech heeft, niet zo taalvaardig te zijn of juist té taalvaardig, dan is het dubbel bingo. Driedubbele bingo kan óók: als er dan intolerantie is voor haperen (stotter niet!), is dat vragen om blokkades die minuten kunnen gaan duren. En dat terwijl de stottermomenten/mistiming feitelijk heel korte momenten zijn. Maar die verlengen onder druk van de stotter-intolerantie. Dan wordt het spreken vechten. Weg vrijheid van het woord. Weg spontaniteit. Haperen wordt dan blokkeren.

 

Het mysterie Sanne Hans verklaard

Ik heb het niet kunnen bepalen, maar ik gok dat Sanne Hans, de aanleiding voor dit schrijfsel, een lichte of matige erfelijke timingsstoornis heeft. Erfelijk, want haar moeder heeft ook gestotterd. Maar dat lijkt bij moeder helemaal weg. Lijkt…want je zou de vloeiende spraak van moeder Hans onder de microscoop moeten leggen, om deze uitspraak wetenschappelijk hard te maken. En als ze moe is? Of wat als ze alcohol genuttigd heeft?

Mensen met een lichte of matige neurologische timingsstoornis zijn vrij makkelijk ineens vloeiend te krijgen. Dat verklaart ook het bekende fenomeen ‘flight into fluency’: ineens totale tijdelijke verdwijning van stotteren. Maar vloeiend blijven, dat is andere koek. Voor mensen met een ernstige timingsstoornis is vloeiend spreken niet weg gelegd. Dat moeten ze ook niet willen. Streven naar vriendschap met het stotteren is wijs. Er niet tegen vechten. Stotteren mag, want de vrijheid van het woord is simpelweg belangrijker. Menselijker. Want stotterend spreken is feitelijk een vormkwestie. Het gaat uiteindelijk om de inhoud. Behalve voor mensen die krom denken.

Wat ook een rol kan spelen, is de hechting aan een “probleem”. Het persoonlijk imago. Sanne Hans heeft de overtuiging dat ze niet was ‘doorgebroken’ als singer-songwriter als ze niet zo duidelijk stotterde. Stotteren is volgens haar een opvallend voordeel geweest. De hechting aan het stotteren was er al, maar is nu dieper. Elk nadeel heeft zijn voordeel en in de beleving van Sanne Hans maakte haar stotteren het verschil tussen BN’er en OBN‘er. Dank je wel, nadeel!

 

De slotsom

De ernst van de onderliggende neuromusculaire timingsstoornis is vast te stellen door ervaren stotterdeskundigen. De ernst ervan (van het biologisch defect dat aan stotteren ten grondslag ligt) zou bepalend moeten zijn voor het type therapie dat daarvoor gevolgd wordt.

Het is ook bepalend voor de prognose en voor de houdbaarheid van therapieresultaten. Bij een eigentijdse effectieve therapie maakt spreekbewegingsvertraging altijd onderdeel uit van het aanbod. Gelukkig zijn er rolmodellen die zich niet klakkeloos neerleggen bij het ‘voldoen aan de norm’, aan dat wat gangbaar is. Het is een wonder dat vloeiend spreken de norm kan zijn. Spreken is ingewikkeld, duizelingwekkend snel en ingenieus. In werkelijkheid nog veel ingewikkelder dan hierboven beschreven. Het is een wonder dat het zo vaak normaal ontwikkelt. Leren praten kost ook veel meer tijd dan bijvoorbeeld leren lopen. Maar de essentie is eenvoudig: stotteren is een al dan niet erfelijke neuromusculaire timingsstoornis. Daar kan van alles bij komen, maar dit is de essentie, is mijn overtuiging.

Deze aanname bestaat al een jaar of zeventig. Dat is al een argument op zich: deze werkhypothese heeft de tand des tijds doorstaan. En dat is dan weer de verdienste van een groot wetenschapper en pionier: Charles van Riper (1904-1995). Hij stotterde zelf.

Stotteren zoals je het zelden ziet

Vanuit mijn praktijk als stottertherapeut in Zutphen zag ik vaak opvallende ‘casussen’. En als vrijgevestigd stotterconsulent zie ik ze nog. Daarmee kunnen we van de wetenschap naar de ingewikkelde én tegelijk eenvoudige praktijk stappen. Hieronder heb ik er twee omschreven.

 

Casus 1

Er kwam eens een mooie, roodharige pittige HAVO-scholiere van 16, die op zag tegen haar mondelinge examens omdat ze soms wel 17 minuten deed over één woord. De leraren zagen ook op tegen haar mondeling. Allemaal aangeleerde motorische vecht-aanwensels, zo stelde ik al snel vast. Dus af te leren. Na verloop van de therapie had deze scholiere veel kortdurende hakkeltjes. Ze haalde haar HAVO fluitend en ging haar droom achterna: ze meldde zich voor de opleiding tot OK-assistente in een ziekenhuis. Daar aangenomen worden, was ook geen sinecure. Maar het was een vechtster. Exorbitant stotteren werd sociaal, communicatief stotteren. Met vakkennis van mij en therapeutische mazzel die ons toeviel: een populaire jongen werd verliefd op haar. Dat deed haar zelfvertrouwen goed. Daar kon geen therapeutische sessie tegen op. Ze was later het zonnetje op de operatiekamer.

Casus 2

Een scholier kwam wekelijks vanuit Leeuwarden naar Zutphen vanwege zeer ernstig

motorisch stotteren. Zo op het oog: zeer ernstig stotteren. Maar het was ernstig vechten om NIET te stotteren. Na een tijd therapie in Zutphen was zijn stotteren zo minimaal, dat hij leraar geschiedenis is geworden op zijn eigen middelbare school. Ik heb zijn vechtreactie helpen veranderen en wat bleek toen: de onderliggende timingsstoornis was bij deze Fries duidelijk licht. En dan is de kans op herstel dus groot. Met minimaal vertragen. Dat bleek met kennis van zaken de juiste inschatting.

 

Samenvatting van ‘een heldere benadering van stotteren’:

Adriaan Bertens beweert in dit artikel dat stotteren in essentie een al dan niet erfelijke neurologische timingsstoornis is. Dit doet hij op basis van de theorie van de Amerikaanse spraakpatholoog Charles van Riper. Een neurologische timingsstoornis wil zeggen dat het zelfcorrectiesysteem van de spraak onzichtbare en onhoorbare mistiming door herhaling en/of verlenging corrigeert. Daardoor wordt stotteren hoorbaar. De persoon die niet vloeiend spreekt, kan gaan vechten om niet te stotteren. Maar dat maakt het spreekgedrag meestal complexer. Door methodisch vast te stellen hoe ernstig de onderliggende timingsstoornis is, kunnen meer gefundeerde therapie-adviezen gegeven worden. En bovendien voorspellingen worden gedaan over therapie-effectiviteit. Want terugval is eerder regel dan uitzondering. Vooral bij de pechvogels met een ernstige onderliggende timingsstoornis. Pijnlijk, maar goed om te weten. Zeker pijnlijk, omdat op dit moment de timingsstoornis niet te ‘genezen’ valt, wel te compenseren. Met vertraging. Volgens gedegen wetenschappelijke meta-analyse van therapie-effecten is gebleken dat spreektempovertraging deel uit MOET maken van elke verantwoorde hedendaagse stottertherapie. Als dat niet gebeurt én als er geen rekening wordt gehouden met de onderliggende ernst van de timingsstoornis, is men amateuristisch therapeutisch bezig. Het is een ergerlijke praktijk die je helaas maar al te vaak gepresenteerd ziet in de media. Ook is dit het geval bij onprofessionele therapie-instellingen. De aanpak van stotteren kán en moet simpelweg beter.

 

Over Adriaan Bertens

Adriaan Bertens (58) is al dertig jaar professioneel geboeid door het fenomeen stotteren.

Hij is ook vaak geërgerd door het lage niveau van het debat en de onvolledige belangstelling voor het grillige fenomeen. Ook is de stralende afwezigheid van deskundigen in de media hem een doorn in het oog. Het veelvuldig media-optreden van Sanne Hans (Miss Montreal), inclusief haar stotteren, was voor hem de aanleiding om in de pen te klimmen. Om uit te leggen.

Hij is publicist en co-auteur van het boekje voor ouders van stotterende kinderen: ‘kinderen die stotteren’, uitgegeven bij uitgeverij Boom. Omdat daar speciaal geschreven werd voor ouders, is de uitleg nu meer diepgravend. Adriaan geeft regelmatig Masterclasses stottertherapie in binnen- en buitenland, naast zijn werkzaamheden als teamcoach,

conceptontwikkelaar en sociaal architect: www.inmenssamenspel.nl

 


Pagina 1 van 10

Laatste Nieuws

Hou MNM en STUBRU in de gaten... 18 april 2014, 19.15
Hou vanaf 23 april de radiozenders MNM en STUBRU in de...
Maandag 14 april interview van Els de Schepper met onze voorzitter en stottertherapeut Gert Reunes. Bekijk de uitzending op LIBELLE TV programma DE EERSTE...
Radio 1 interview met Gert Reunes 23 februari 2014, 12.24
klik op onderstaande link interview met Gert Reunes op radio...

Login Leden


Activiteiten

Zoek op Site

Stotteren op Facebook

vzw best op facebook


Home NIEUWS