Kritiek op SPRAKELOOS

Sprakeloos keek journalist

Lydia van der Weide naar

het nieuwe programma

van Arie Boomsma,

waarbij heftige stotteraars

in drie dagen vrijwel

vloeiend leren spreken.

Niet van bewondering,

maar van ongeloof. Ze

schreef hem een brief

 

Lieve Arie,

Ik wil je graag een sprookje vertellen. Er was

eens een meisje met sproetjes en knaloranje

haar. Een grote bril, ook dat nog. Op een dag

kreeg ze een leesbeurt. Ze voelde zich plotseling

zo onbeduidend dat ze geen woord meer

kon zeggen. Alsof er een strakke band om haar

hals werd getrokken. ‘Uhm,’ perste ze eruit.

En: ‘Eh.’ Ze snapte er niets van, maar vanaf dat

moment nam dat uhm en eh de regie van haar

over. Ze wilde het niet, schaamde zich er vreselijk

voor, lag er ’s nachts van wakker. Maar de

strakke band, het stottermonster, bepaalde

haar leven. Duizenden trucjes verzon ze om

hem te verbloemen. En ze ging in therapie,

natuurlijk. Allerlei therapieën. Er was er zelfs

een waarbij je in korte tijd vloeiend leerde praten.

Dat was kicken. Dit zou ze altijd vasthouden,

absoluut. Ze oefende en oefende. Ze oefende

zich wezenloos. En toch, telkens opnieuw, dook

hij weer op, het stottermonster. Ooit leek hij

 

 

een paar jaar overwonnen. Maar opeens was

hij daar weer, en het meisje kroop terug in

haar schulp. Tot ze – na jaren vechten, trainen,

ademhalingsoefeningen doen, erover praten,

erom huilen, schaamte loslaten – eindelijk

vooruit bleef gaan. En toen ze besloot: weet

je, stottermonster, laten we maar vrienden

worden want ik moet het kennelijk met je

doen, begon hij zich nog vaker koest te

houden. Een proces van dertig jaar. 10.950

dagen. Minus schrikkeldagen, natuurlijk.

Arie, een ander sprookje. Er was eens een

BN’er, beroemd om zijn integere televisie. Op

een dag besloot hij een realityprogramma te

maken over stotteren. 25 minuten per aflevering.

Hij koos speciaal jongeren uit die stikten

in hun woorden, want hoe erger, hoe sensationeler.

Kort toonde hij kijkers hun dagelijkse

oorlog. Daarna zwaaide hij met een toverstafje

en, simsalabim, de kandidaten konden binnen

drie dagen een vrijwel vloeiende speech hou-

 

 

den. Wat waren ze blij. Zo blij dat ze ervan

moesten huilen. En het meisje uit het vorige

sprookje? Ook zij huilde. Niet van ontroering,

maar van medelijden. Om de hoop die de

radeloze stotteraars thuis voor de televisie

voorgespiegeld kregen. Om de ouders, die

wakker liggen vanwege hun haperende kind,

maar nu opgelucht ademhalen. Ze had ook

medelijden met de kandidaten. Ze weet exact

hoe onoverwinnelijk ze zich voelen. Nu wel, ja.

Maar over een maand, een jaar, vijf jaar? Leven

zij echt lang en gelukkig?

Weet je, Arie? Dit zijn geen sprookjes, maar

waargebeurde horrorverhalen. Die man op tv,

dat ben jij. En dat ooit zo verlegen meisje, dat

ben ik. Het enige wat verzonnen is, is het toverstafje.

Het stafje dat in no time een oplossing

biedt voor iets wat voor de meeste stotteraars

een levenslang probleem blijft. Natuurlijk, de

therapie die je toont, lijkt een wonder. Maar

door intensieve motivatie en empowerment

 

 

kun je mensen zelfs over hete kolen laten lopen,

dat weet je toch? Het echte gevecht, dat daarna

zal volgen, gaat vrijwel altijd met ups en downs.

Met pijnlijke terugvallen, snoeihard. Met nieuwe

angsten, tranen, schaamte. En een nog verstoorder

zelfbeeld dan eerst. ‘Want hé, het ging toch

zo goed? Waarom dan nu niet meer? Dan moet

het mijn eigen schuld wel zijn.’

Arie, ik heb je hoog zitten, maar wat zou ik je

meer bewonderd hebben als je niet een zo

oplossingsgericht, eenzijdig, irreëel en zelfs

beschadigend beeld aan Nederland toonde,

maar echt had laten zien wat stotteren inhoudt.

Hoe het komt, welke impact het heeft en hoeveel

moeite het kost om er daadwerkelijk, op

de lange termijn, mee te dealen. Drie dagen,

Arie? Flauwekul. Kom maar eens langs, de koffie

staat klaar. Het zal weinig flitsend of opzienbarend

zijn. Maar dan krijg je wel échte reality-tv.

 

‘Stotteren is niet weg

te oefenen’

Femke de Smit, gespecialiseerd stottertherapeut:

‘‘Sprakeloos’ geeft geen eerlijk beeld van stotteren.

Het programma wekt de suggestie dat het

snel op te lossen is, als je maar hard genoeg

werkt. De spraak wordt opnieuw opgebouwd,

wordt gezegd. Nonsens: die ligt al sinds je kinderjaren

vast in je hersenen. Stotteren komt door

een motorische en neurologische aanleg, die niet

weg te oefenen is. De meeste spraaktechnieken

– veelal gebaseerd op tempoverlaging, waardoor

je hersenen meer tijd hebben foutjes te corrigeren

– bieden handvatten, zeker. Maar het blijft

mechanisch, je moet ze altijd heel bewust blijven

toepassen. Daarnaast spelen veel meer aspecten.

Het onderzoeken wat stressfactoren zijn, en

daarmee leren omgaan. Openheid, acceptatie.

Ik voorzie dat ‘Sprakeloos’ valse hoop wekt en

de therapie zeker bij kinderen averechts zal werken:

hoe meer ze forceren, hoe erger het wordt.

Ik vind het vreselijk dat stotteren, dat onder meer

dankzij Miss Montreal steeds meer geaccepteerd

raakte en – terecht – als een probleem zoals

bijvoorbeeld dyslexie werd gezien, nu als

‘eigen keuze, eigen schuld’ wordt neergezet.

Om maar te zwijgen van het beeld dat mensen

die stotteren bij voorbaat al kansloos zijn in

onze maatschappij.’

Meer info: www.stotteren.be

Post comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2015 realisatie KMOwebdiensten.be