Als een simpel brood bestellen vervelend veel tijd en nog meer inspanning vergt, dan behoor je waarschijnlijk tot dat ene ongelukkige procent van de bevolking dat stottert. InAls je tong in de knoopzitvolgtKoppendrie Britse tieners die steeds opnieuw worstelen om uit hun woorden te komen. ' stotteren blijft zwaar onderschat', zegt Gert Reunes, de enige logopedist die zelf gestotterd heeft en in 1995 de Belgische Belangenvereniging voor Stotteraars (Bbest) oprichtte.
Hoe groot is de behoefte aan zo'n belangenvereniging?
Gert Reunes:We hebben de voorbije elf jaar toch zo'n 2000 leden gehad. Met Bbest willen we stotteraars steunen: we organiseren een zelfhulpgroep, weekendjes, reizen... Maar er is nog steeds te weinig openheid, ook van de stotteraars zelf. Ze zullen zelf de media-aandacht niet opzoeken - ze schamen zich vaak te erg om te spreken - en daarom verdedigt Bbest hun belangen.
Kun je stotteren verhelpen?
Reunes:Met de juiste logopedie wel. Er zijn veel logopedisten die stotteraars behandelen, maar er zijn er maar heel weinig die daarin gespecialiseerd zijn. Om mensen vooruit te helpen, moet je eigenlijk continu enkel met stotteraars werken. In Vlaanderen zijn er misschien maar vijf mensen die dat ook echt doen.
En wat met de impoco-methode, waar stotteraars hun bovenarmspieren doen samentrekken om vlot te spreken?
Reunes:Dat zijn fabeltjes van een of andere goeroe, die belooft dat je in drie dagen van je stotteren verlost raakt. Mensen betalen daar veel geld voor, er is even verbetering, maar dan hervallen ze en komen ze alsnog bij ons terecht. Als je blijvend vlot wil leren spreken, moet je zeker twee jaar intensieve logopedie volgen en psychologisch begeleid worden. Als je jarenlang schrik hebt gehad om in het openbaar te spreken, dan raak je daar niet in een vingerknip van verlost. Het kost bloed, zweet en tranen.
Hoe is het om als ex-stotteraar nu zelf stotteraars te begeleiden?
Reunes:Wel, toen ik logopedie wou studeren aan de Hogeschool van Gent, zeiden de docenten me vlakaf dat dat geen goed idee was omdat ouders me nooit ernstig zouden nemen. Ik heb het toch gedaan - aan de universiteit - en ik merk nu dat ze me net méér vertrouwen. Ze kunnen zich optrekken aan mij, omdat ze zien dat ik naar de winkel durf of dat ik niet bang ben om te telefoneren. Want, wees gerust, vroeger had dit gesprek zeker drie uur in beslag genomen(lacht).
© Knack