Stotteren geen handicap
(Nieuwsblad 10/04/1999)


GENT -- Gert Reunes (36), een student logopedie uit Gent en een levenslange stotteraar, neemt het niet dat de Vlaamse Gemeenschap zijn spraakgebrek niet als handicap erkent. Samen met zijn advocaat Luc Boxstaele spande hij voor de arbeidsrechtbank een geding aan tegen het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap. Die instelling weigert Reunes financiële bijstand te verlenen. De stotteraar meent nochtans dat hij daar recht op heeft: Reunes' studies kosten hem handenvol geld, zijn spraakgebrek belet hem een job te vinden om ze zelf te kunnen bekostigen.

Reunes begon te stotteren toen hij vier jaar was en liep met zijn ouders talloze psychologen en logopedisten af in de hoop komaf te kunnen maken met zijn spraakstoornis. Niets hielp, en op school zorgde Reunes' stotteren voor heel wat problemen. De Gentenaar kreeg spreekangst en bleef in zijn humaniora twee keer haperen. ,,Zoals de meeste stotteraars bleef ik opgesloten zitten in mijn eigen wereldje. Verstandelijk is er niets mis met mij, maar ik raakte gefrustreerd omdat ik het allemaal zo moeilijk onder woorden kon brengen'', vertelt Reunes. Desondanks behaalde de dertiger een graduaat electronica en kon hij als filmprojecteur aan de slag. Hij richtte ook de vereniging vzw Best op, een belangengroep voor stotteraars.

Twee jaar geleden startte Reunes een opleiding logopedie aan de Gentse universiteit, nadat alle hogescholen hem hadden afgewezen. ,,Ik denk nochtans dat ik sneller de stotteraars zal kunnen helpen dan iemand die dat probleem zelf nooit ervaren heeft'', zegt Reunes, die momenteel in zijn eerste licentie zit.

Eind 1997 klopte Reunes aan bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap, een instelling van de Vlaamse Gemeenschap. Hij rekende op een financiële tegemoetkoming voor zijn studies, maar kreeg de buitenwacht. Het decreet van juni 1990, waarbij het Fonds werd opgericht, beschouwt stotteren niet als een handicap. ,,Omdat ik opnieuw begon te studeren, speelde ik mijn stempelgeld kwijt en zocht ik naar bijkomende middelen om rond te komen. Het stotteren belette me een job te vinden en zelf mijn studies te financieren. Mijn verbazing was groot toen ik daar hoorde dat ik volgens het decreet ,,niet was getroffen door een handicap'', vertelt Reunes. Het WHO (World Health Organisation) stelt nochtans dat stotteren wél een handicap is, aangezien de stotteraar door zijn spraakprobleem beperkt wordt bij het sociocultureel en professioneel functioneren.

Advocaat Luc Boxstaele maakte bij de Gentse arbeidsrechtbank een geding aanhangig waarbij hij via getuigenissen van neurolinguïsten en medische attesten wil aantonen dat het hier wel degelijk om een handicap gaat. ,,Dit is zuivere discriminatie. Een financiële tegemoetkoming voor stotteraars is een recht'', vindt de pleiter.

Tegenpartij het Vlaams Fonds denkt er anders over. Het decreet definieert een handicap als ,,elke langdurige en belangrijke beperking van de kansen tot sociale integratie van een persoon, ten gevolge van een aantasting van de mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke mogelijkheden''. Volgens het Fonds stelde Reunes zijn vraag tot bijstand vanuit een financieel probleem en niet vanuit de beperkingen die het gevolg zijn van de stoornis. Op 4 mei vindt voor de rechtbank de inleidende zitting plaats.


Caroline DE RUYCK


© 1999 Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV