GENT -- Gert Reunes (36), een student logopedie uit
Gent en een levenslange stotteraar, neemt het niet dat de Vlaamse
Gemeenschap zijn spraakgebrek niet als handicap erkent. Samen met zijn
advocaat Luc Boxstaele spande hij voor de arbeidsrechtbank een geding
aan tegen het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een
Handicap. Die instelling weigert Reunes financiële bijstand te verlenen.
De stotteraar meent nochtans dat hij daar recht op heeft: Reunes'
studies kosten hem handenvol geld, zijn spraakgebrek belet hem een job
te vinden om ze zelf te kunnen bekostigen.
Reunes begon te stotteren
toen hij vier jaar was en liep met zijn ouders talloze psychologen en
logopedisten af in de hoop komaf te kunnen maken met zijn spraakstoornis.
Niets hielp, en op school zorgde Reunes' stotteren
voor heel wat problemen. De Gentenaar kreeg spreekangst en bleef in zijn
humaniora twee keer haperen. ,,Zoals de meeste stotteraars bleef ik
opgesloten zitten in mijn eigen wereldje. Verstandelijk is er niets mis
met mij, maar ik raakte gefrustreerd omdat ik het allemaal zo moeilijk
onder woorden kon brengen'', vertelt Reunes. Desondanks behaalde de
dertiger een graduaat electronica en kon hij als filmprojecteur aan de
slag. Hij richtte ook de vereniging vzw Best op, een belangengroep voor
stotteraars.
Twee jaar geleden startte Reunes een opleiding logopedie
aan de Gentse universiteit, nadat alle hogescholen hem hadden afgewezen.
,,Ik denk nochtans dat ik sneller de stotteraars zal kunnen helpen dan
iemand die dat probleem zelf nooit ervaren heeft'', zegt Reunes, die
momenteel in zijn eerste licentie zit.
Eind 1997 klopte Reunes aan bij het Vlaams Fonds voor
Sociale Integratie van Personen met een Handicap, een instelling van de
Vlaamse Gemeenschap. Hij rekende op een financiële tegemoetkoming voor
zijn studies, maar kreeg de buitenwacht. Het decreet van juni 1990,
waarbij het Fonds werd opgericht, beschouwt stotteren
niet als een handicap. ,,Omdat ik opnieuw begon te studeren, speelde ik
mijn stempelgeld kwijt en zocht ik naar bijkomende middelen om rond te
komen. Het stotteren belette me
een job te vinden en zelf mijn studies te financieren. Mijn verbazing
was groot toen ik daar hoorde dat ik volgens het decreet ,,niet was
getroffen door een handicap'', vertelt Reunes. Het WHO (World Health
Organisation) stelt nochtans dat stotteren
wél een handicap is, aangezien de stotteraar door zijn spraakprobleem
beperkt wordt bij het sociocultureel en professioneel functioneren.
Advocaat Luc Boxstaele maakte bij de Gentse
arbeidsrechtbank een geding aanhangig waarbij hij via getuigenissen van
neurolinguïsten en medische attesten wil aantonen dat het hier wel
degelijk om een handicap gaat. ,,Dit is zuivere discriminatie. Een
financiële tegemoetkoming voor stotteraars is een recht'', vindt de
pleiter.
Tegenpartij het Vlaams Fonds denkt er anders over. Het
decreet definieert een handicap als ,,elke langdurige en belangrijke
beperking van de kansen tot sociale integratie van een persoon, ten
gevolge van een aantasting van de mentale, psychische, lichamelijke of
zintuiglijke mogelijkheden''. Volgens het Fonds stelde Reunes zijn vraag
tot bijstand vanuit een financieel probleem en niet vanuit de
beperkingen die het gevolg zijn van de stoornis. Op 4 mei vindt voor de
rechtbank de inleidende zitting plaats.
Caroline DE RUYCK
© 1999 Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV