Van stotteraar tot Logopedist
(Het Laatste Nieuws 10 juli 2000)


GENT - Gert Reunes stamelt al zijn hele leven maar is sinds vorige week wél licenciaat in de logopedie. «Stotteraars moeten uit hun isolement. Ik hoop dat ik -met dit diploma- mijn steentje kan bijdragen». De 38 jarige Gentenaar startte alvast spraaksessies voor zijn lotgenoten. Hij ként hun problemen door en door. «Ondanks immense pogingen geen klank kunnen uitbrengen: eén, twee, drie minuten lang. De bakkersjuffrouw die je al die tijd onnozel aankijkt. En de andere klanten reageren met misplaatst medelijden of meedogenloos gegniffel, zelfs schaterlachen. Dan loop je gewoon weg en haal je dat brood wel in de GB. Daar moet je tenminste geen winkeljuffrouw aanspreken».

Dirk COOSEMANS

Goed tien jaar geleden was Gert klaar om een 'stil' leven te lijden. Zonder veel praten, en dus zonder veel stamelen. Maar hij veranderde het geweer van schouder. «Op een dag schreef ik voor mezelf op wat ik nu eigenlijk goed kon. Basketten was erbij - daarvoor moet je alvast je mond niet opentrekken, en natuurlijk ook stotteren». Gert, graduaat elektronica, trok naar de universiteit van Gent om logopedie, 'spraakverbetering', te gaan studeren. «Mét een handicap, maar ook met één groot voordeel. Ik kende exact de problemen, ook de psychologische, waar mensen met spraakstoornissen mee kampen».

Eenzaam
Rond die psychologische problemen hangt nog het grootste taboe. «Als stotteraar heb je alles om eenzaam te zijn. Onder stress of in situaties waarmee je niet vertrouwd bent, kan je geen woord meer uitbrengen. Je klapt dicht en je neemt je voor dat het je nóóit nog zal overkomen. Want je gaat je thuis gedeisd houden».Zo kon moeder Reunes steevast naar de winkel in Gerts plaats. Avondjes stappen waren zelden aan hem besteed. «Iemand zou je, weer eens, kunnen uitlachen».

Zaal drie
Een bioscoopje meepikken kon nog net. «Jarenlang ging ik wekelijks naar de cinema en steevast bestelde ik tickets voor zaal drie. Drie was het enige getal dat ik zonder problemen kon uitspreken. Daarna sloop ik stilletjes naar een andere zaal, om de film te zien die ik wilde zien». Een zeldzaam moment was het stotteren zelfs een absoluut voordeel. «In het leger vroeg men mij heel plechtig mijn naam. Ik deed mijn uiterste best, maar het lukte niet. Stress hé. Na tien seconden mocht ik naar huis. Afgekeurd».Dat was goed en niet goed. «Ik was er vanaf. Maar als twaalf maanden troep mijn prijs moest zijn om zonder hakkelen door het leven te gaan, ik had geen seconde getwijfeld».

'Jeanke-imago'
Vandaag hoor je nog nauwelijks dat Gert een hakkelaar is. «Dankzij de Hausdorfmethode, die therapie laat de stotteraar nadenken bij elk woord dat hij zegt. Het is eigenlijk traag en op ritmische, zangerige wijze praten. Een therapie die wérkt. Zo geraken we misschien van ons Jeanke De Visser-imago af, het domme stotteraartje dat Jacques Vermeire tijdens zijn eindejaarsshows opvoerde. Belachelijk, wij zijn hele gewone mensen mét een spraakgebrek waarvoor de overheid wel wat meer zou mogen doen. Maar ook niet meer dan dat».


© 2000 Aurex NV