GENT - Gert Reunes stamelt
al zijn hele leven maar is sinds vorige week wél licenciaat in de
logopedie. «Stotteraars
moeten uit hun isolement. Ik hoop dat ik -met dit diploma- mijn steentje
kan bijdragen». De 38 jarige Gentenaar startte alvast spraaksessies voor
zijn lotgenoten. Hij ként hun problemen door en door. «Ondanks immense
pogingen geen klank kunnen uitbrengen: eén, twee, drie minuten lang. De
bakkersjuffrouw die je al die tijd onnozel aankijkt. En de andere klanten
reageren met misplaatst medelijden of meedogenloos gegniffel, zelfs
schaterlachen. Dan loop je gewoon weg en haal je dat brood wel in de GB.
Daar moet je tenminste geen winkeljuffrouw aanspreken».
Dirk COOSEMANS
Goed tien jaar geleden was
Gert klaar om een 'stil' leven te lijden. Zonder veel praten, en dus
zonder veel stamelen. Maar hij veranderde het geweer van schouder. «Op
een dag schreef ik voor mezelf op wat ik nu eigenlijk goed kon. Basketten
was erbij - daarvoor moet je alvast je mond niet opentrekken, en
natuurlijk ook stotteren». Gert,
graduaat elektronica, trok naar de universiteit van Gent om logopedie, 'spraakverbetering',
te gaan studeren. «Mét een handicap, maar ook met één groot voordeel.
Ik kende exact de problemen, ook de psychologische, waar mensen met
spraakstoornissen mee kampen».
Eenzaam
Rond die psychologische problemen hangt nog het grootste taboe. «Als
stotteraar heb je alles om eenzaam te zijn. Onder stress of in situaties
waarmee je niet vertrouwd
bent, kan je geen woord meer uitbrengen. Je klapt dicht en je neemt je
voor dat het je nóóit nog zal overkomen. Want je
gaat je thuis
gedeisd houden».Zo kon moeder Reunes steevast naar de winkel in
Gerts plaats. Avondjes stappen
waren zelden aan hem besteed. «Iemand zou je, weer eens, kunnen uitlachen».
Zaal drie
Een bioscoopje meepikken kon nog net. «Jarenlang ging ik wekelijks
naar de cinema en steevast bestelde ik tickets voor zaal drie. Drie was
het enige getal dat ik zonder problemen kon uitspreken. Daarna sloop ik
stilletjes naar een andere zaal, om de film te zien die ik wilde zien».
Een zeldzaam moment was het stotteren
zelfs een absoluut voordeel. «In het leger vroeg men mij heel plechtig
mijn naam. Ik deed mijn uiterste best, maar het lukte niet.
Stress hé. Na tien seconden mocht ik naar huis. Afgekeurd».Dat
was goed en niet goed. «Ik was er vanaf. Maar als twaalf maanden troep
mijn prijs moest zijn om zonder hakkelen door het leven te gaan, ik had
geen seconde getwijfeld».
'Jeanke-imago'
Vandaag hoor je nog nauwelijks dat Gert een hakkelaar is. «Dankzij de
Hausdorfmethode, die therapie laat
de stotteraar nadenken bij elk woord dat hij zegt. Het is eigenlijk
traag en op ritmische, zangerige wijze praten. Een therapie die wérkt.
Zo geraken we misschien van ons Jeanke De Visser-imago af, het
domme stotteraartje dat Jacques Vermeire tijdens zijn eindejaarsshows
opvoerde. Belachelijk, wij zijn hele gewone mensen mét een spraakgebrek
waarvoor de overheid wel wat meer zou mogen doen.
Maar ook niet meer dan dat».
© 2000 Aurex NV