Stotteren is meer dan spraakprobleem
(De Morgen 11 augustus 2004)



Stotteraars denken op een andere manier na over taal. Ook als ze zelf geen klanken hoeven te produceren, verwerken ze woorden en zinsbouw op een andere manier dan mensen die het probleem niet hebben. Onderzoekers van de universiteit in Purdue in de Verenigde Staten namen de moeite om de complexe neurologische verbindingen in de hersenen van stotteraars te onderzoeken. "Stotteren wordt gezien als een spraakprobleem. Over de onderliggende processen wordt veel minder nagedacht", zegt neurologe Christine Weber-Fox, die samen met klankspecialiste Anne Smith het onderzoek uitvoerde. Hun studie is de eerste die het taalgevoel van stotteraars in relatie brengt met hun hersenactiviteit.

Zelfs als de angst om te hakkelen of om te spreken in het openbaar uitgeschakeld wordt, hebben stotteraars moeite met taal. "Als we ze een moeilijke oefening gaven, die ze op papier moesten oplossen, waren er andere delen van de hersenen actief. De stotteraars hadden meer tijd nodig om de oplossing te vinden", zegt Weber-Fox. Toch is er niets mis met hun taalgevoel. "Dikwijls hebben volwassen stotteraars niet de minste moeite met zinsbouw of grammaticaregels." Smith onderzoekt al sinds 1988 de psychologische aspecten van het stotteren. "We kunnen niet één oorzaak aanwijzen. Stotteren is een ingewikkeld samenspel tussen verschillende factoren zoals erfelijkheid, motoriek en emoties."



© 2004 Uitgeverij De Morgen NV