Logopedist spant rechtszaak aan tegen Vlaams Fonds
De arbeidsrechtbank in Gent behandelt vandaag de klacht van de
veertigjarige Gert Reunes, stotteraar, logopedist en voorzitter van de
Belangengroep Stotteraars (Best), tegen het Vlaams Fonds voor Sociale
Integratie van Mensen met een Handicap. Reunes wil dat het fonds stotteren
officieel erkent als een handicap, zodat de 55.000 stotteraars in
Vlaanderen ook recht hebben op financiële tegemoetkomingen. Zijn advocaat
zegt dat het fonds voor de screening van stotteraars met twee maten meet.
Brussel - Eigen berichtgeving
Wie stottert, ervaart dat wellicht als een sociale handicap.
Toch heb je als stotteraar maar een kans op de twee om door het
Vlaams Fonds als gehandicapte erkend te worden en om dus in aanmerking te
komen voor financiële steun. Reunes
vindt dat unfair en daagt het Vlaams Fonds dan ook voor de rechtbank.
Reunes: "Ik heb zelf veertig jaar moeten knokken om het
stotteren te overwinnen om uiteindelijk logopedist te worden en dat op
eigen kosten. Dat valt
absoluut niet mee, terwijl het toch echt wel een handicap is. Ik voel me
geen gehandicapte, maar in het sociale verkeer is het een handicap.
Als stotteraar heb je gegarandeerd langere gsm-rekeningen en veel
stotteraars zijn volledig geïsoleerd."
Bij het Vlaams Fonds kun je als stotteraar wel proberen om
steun te krijgen, want het is niet zo dat je als stotteraar sowieso niet
in aanmerking komt. Aan de
hand van een screening wordt uitgemaakt hoe zwaar het stotterprobleem
weegt en of je in aanmerking komt voor steun.
Reunes heeft heel wat kritiek op die screening. Daarbij
wordt met twee maten gemeten. De ene krijgt een goedkeuring, de andere
niet. Dat bewijst dat het screeningsteam geen kaas gegeten heeft van wat
chronisch stotteren eigenlijk is, zegt Reunes.
Dat komt omdat stotteren situatiegebonden is. Reunes: Sommigen
stotteren het meest als ze een publiek toespreken, anderen als ze moeten
bellen. Dat kun je niet met
een eenmalige screening testen omdat de kans bestaat dat je het dan wel
goed doet. Zelf werd ik niet aanvaard omdat ik vlot praatte.
Ik heb evenwel nog altijd een stotterprobleem en dat kan op andere
momenten heel hardnekkig zijn. Als ik bij die screening gewoon had
gesjoemeld en wel veel had gestotterd had ik waarschijnlijk wel kans
gemaakt op de tegemoetkoming, zegt Reunes.
Verder stelt Reunes dat ook de tegemoetkoming van het Riziv
en de ziekenfondsen onvoldoende zijn.
Gedurende twee jaar betaalt het Riziv per week vijf
logopediesessies van een half uur per week terug.
Daarna kun je het schudden, terwijl je zeker meer dan twee
jaar logopedie nodig hebt om met stotteren te leren omgaan.
Bovendien is het niet te genezen.
Het kan verbeteren en dan weer verergeren, dus die twee jaar is
nogal absurd", zegt Reunes. Zelf kent hij veel stotteraars die na
twee jaar de logopedie moeten opgeven omdat de rekening van ongeveer drie
uur per week tegen 28 euro (1.120 frank) per uur te duur is.
Omdat chronisch stotteren niet volledig te genezen is,
pleit Reunes ook voor bijkomende financiële steun van het fonds voor de
betaling van apparatuur die het stotteren corrigeert.
Het gaat onder andere om een apparaatje dat in het oor wordt
geplaatst waardoor de stotteraar zichzelf trager hoort spreken en dus
vlotter kan praten. Het dingetje kost wel 5.000 euro (200.000 frank).
(BDB)
'Je hebt minstens twee jaar logopedie nodig om te leren
omgaan met stotteren'
© 2002 Uitgeverij De Morgen NV