Wie had dat gedacht? David Mitchell die een gewone roman schrijft. Dertien is zijn vierde boek, en meteen het meest geschikte om Mitchells uitzonderlijke literaire vermogen te leren kennen. Al maakt hij er niet volledig gebruik van. Jeroen Overstijns
ONLANGS kwam ik deze interessante theorie tegen. Het ging over een befaamde vorm van zinloos geweld. Modus operandus: het overwicht van één tegen allen. Drijfveer: statusangst. Dadertypologie: divers, maar pukkels zijn een constante. Plaats van de misdaad: de speelplaats. De theorie luidde als volgt. Gepeste kinderen hebben niet - zoals vaak gedacht - een zwakke, maar net een heel uitgesproken persoonlijkheid. Dat werkt voor de omgeving als een rode lap op een stier. Waarna de al-Zarqawi van dienst de mouwen opstroopt en de rest van de klas met enig geweld nivelleert tot zijn grootste gemene deler. Het klaslokaal is een jungle.
Vooral als je stottert. David Mitchell stotterde. Een slechte jeugd is een goudmijn voor een schrijver. Zijn nieuwe roman Dertien gaat dus over stotteren en pesten. En over dertien zijn in het godvergeten Black Swan Green, Worcestershire. Volgens de toeristische info is Worcestershire - Black Swan Green heeft Mitchell verzonnen - in het bezit van rustgevende glooiende landschappen en een turbulent verleden. En dit slechts 2.10u van Heathrow verwijderd. Lees: een godvergeten gat met een jaarlijkse bloemenwandeling (de dominee loopt voorop) als hoogtepunt.
Pesten in een boerengat dus. Dat heeft wel iets. David Mitchell heeft nog iets veel belangrijker: een exuberant schrijftalent. Dat leverde al drie romans op, erg knappe, literaire en complexe boeken die met beide benen in de tijd staan. Lees vooral Wolkenatlas. Wie die drie gelezen heeft, zal Dertien een vreemd boek vinden. David Mitchell vertelt heel rechtlijnig, iets minder strak gecomponeerd, minder absurd, met enige stilistische rust ook. In de New Yorker vonden ze dat Mitchell eindelijk een beetje normaal doet. Het meer platte straat-Engels van Dertien is in de vertaling trouwens nog verder afgezwakt, al zijn de zinnen in het Nederlands ook wat langer en zwaarder. Dertien leest eigenlijk als een trein. Maar weer kom je de bekende weemoed tegen van een personage dat niet snapt waarom de wereld rondom hem zo raast en tiert zonder hem iets te vragen. Waarom is hij een speelbal in die storm? Dat levert toch alleen blauwe plekken op. Op je armen en je ziel.
DERTIEN evoceert overtuigend dat gevoel los te hangen van de wereld. De prepuberteit is een bijna natuurlijke setting voor dat typische David-Mitchell-gevoel van verlorenheid. Ruzies tussen je ouders terwijl je mee aan tafel zit. Beginnen met roken en je toch een loser voelen, omdat je weet dat je het doet om erbij te horen, niet omdat je het zelf zo graag wilt.
Jason Taylor heet het hoofdpersonage, maar zijn oudere zus noemt hem gewoon ,,het ding''. Zij valt dan ook op venten met sportwagens. Aan het begin van het boek is Jason bijna dertien, op het einde bijna veertien. Gaat het boek dan over die stotterende jongen of over zijn dorp? De Nederlandse titel suggereert het eerste, de oorspronkelijke titel (Black Swan Green) het tweede. De Britse titel is de minst passende. Want het belangrijkste thema van deze roman is wat in het Engels zo mooi coming of age heet. De groei van Jason wordt gestuurd door dingen die overal gebeuren, in een rust van glooiende landschappen maar evengoed in de achterbuurten van een metropool.
Al valt het met die ontwikkeling wel mee. Zoveel verandert Jason niet in dat ene jaar, en dat haalt de kracht van de opzet van Dertien een beetje naar beneden. Op het einde kampt Jason nog steeds met het spraakgebrek waarvoor hij al aan het begin van de roman spraaklessen kreeg. Niet hij maar zijn omgeving gaat er met een rotvaart vandoor. Zijn ouders maken steeds meer ruzie. Zijn oudere zus is natuurlijk per definitie een heks, maar dat ze het huis uittrekt om te studeren, dat was nu ook weer niet de bedoeling. En dat Jason steeds meer gepest wordt op school al helemaal niet. Mitchell schrijft heel pakkend over de klas als een arena. Jason, qua sociaal status eigenlijk een middenklasser, raakt geïsoleerd tussen de echte sociale paria's waarmee hij natuurlijk niet wil geassocieerd worden en de pathetische klootzakjes die een muizenkadaver in zijn pennenzak verstoppen. Ze zijn genadeloos.
IS de puberteit het eerste moment in je leven waarop je beseft wat eenzaamheid is? Een nieuw gevoel waarvan je al snel beseft: mijn pukkels zijn tijdelijk, maar dit gaat terugkomen? Jason ziet het allemaal gebeuren zonder een antwoord te hebben. Hij incasseert de slagen van zijn klasgenoten. Jason heeft inderdaad een uitgesproken, dromerige persoonlijkheid, alleen al zijn stotteren maakt hem zo zichtbaar en kwetsbaar. Hij probeert kost wat kost woorden te vermijden die met een ,,n'' beginnen. Wanneer Jason een rekensom in de klas luidop moet oplossen, geeft hij noodgedwongen de verkeerde oplossing. Hij kan 99 niet uitspreken.
De sterkste momenten in Dertien zijn die waarin David Mitchell sentimenteel het jongensachtige verbeeldt. De toelatingsproef om tot een geheim jongensgenootschap te mogen behoren (en waarvoor Jason een paar achtertuinen ongemerkt door moet). De angst om te vertellen dat een oud horloge van grootvader stuk is gegaan. Jason schrijft poëzie, maar dat mag niemand weten want enkel homo's schrijven poëzie. Jason gaat met zijn moeder naar de film maar dat mag niemand zien om dezelfde reden. Jason gebruikt het woord epic voor geweldig, maar wordt daarmee uitgelachen. Want epic is out. De invloed van de klasgenoten is enorm en Jason bezwijkt onder hun druk. Zijn ondergrond wordt zo stevig als die van kruimeltaart.
OOK het tijdsbeeld is erg tastbaar. Dertien speelt zich voornamelijk in 1982 af. Een van de jongens van het dorp (Jason had hem vlak voor zijn vertrek nog betrapt tijdens het vrijen) sterft als marinier tijdens de Falklandoorlog. In de plaatselijke discotheek weerklinken Talking Heads (,,Once In a Lifetime'') en Dexy's Midnight Runners (,,Come on Eileen''). Cassettes van TDK zijn nog essentieel om de top-30 op te nemen. Maar meer dan een nostalgisch herkenningseffect brengt dat niet teweeg. Even mager zijn de verwijzingen die je vindt naar andere romans van Mitchell. Een van de personages uit Wolkenatlas komt hier terug als lerares poëzie, maar verdwijnt ook weer. Dat soort losse eindjes storen.
Stilistisch is David Mitchell weer bijzonder sterk. De aanblik van een sportveld beschrijven als ,,de kleur van water waarin je penselen hebt schoongemaakt'' bijvoorbeeld. Al heb je dat in jaren geen penseel meer vastgehad, je weet meteen waarover hij het heeft. De achilleshiel van Dertien is het conventionele karakter. Je mist soms de grote noodzaak die deze roman omhoog tilt uit de verstikkende grijsheid van Worcestershire.
Dertien ontroert door zijn gemoedelijke herkenbaarheid. En dat is meteen ook de grens van het boek. Het creëert geen verbluft gevoel van echte literaire opwinding die zijn vorige romans wel gaven. Het straalt wel een menselijke warmte uit waarin je graag gelooft. Het boek gaat zo lang mee als zijn weemoed spankracht heeft. Dat is niet tot in de eeuwigheid, maar zeker wel tot op de allerlaatste bladzijde. Dan neemt Jason noodgedwongen afscheid van zijn jonge leven. Je voelt helemaal zijn verdriet.
© De Standaard