Gent - Een deskundige moet
onderzoeken in welke mate het stotteren de 39-jarige logopedist
Gert Reunes beperkt heeft in zijn leven. Dat besliste de arbeidsrechtbank
van Gent gisteren in een tussenvonnis. «Het is een eerste belangrijke
stap in het erkennen van stotteren als handicap», stellen Reunes en zijn
advocaat Luc Boxstaele. «En daar is het ons om te doen».
Logopedist Reunes startte het
proces tegen het Vlaams Fonds voor de sociale integratie van personen met
een handicap. Toen hij zeven jaar geleden logopedie wou beginnen studeren,
vroeg hij er subsidie. «Maar dat werd geweigerd. Stotteren was geen
handicap, zei men. Ik moest, met hulp van mijn ouders, mijn studies
aanvatten».
Reunes stottert zelf ook maar
kan het, mits therapie, onder controle houden. «Ik heb het mezelf
aangeleerd. Maar zo'n therapie moet je volhouden. Het RIZIV en de
mutualiteiten betalen nu slechts twee jaar therapie. Dat is te weinig.
Veel stotteraars hervallen achteraf omdat ze de therapie niet meer kunnen
betalen».
Stotteraars hebben het in hun
dagdagelijkse leven niet onder de markt. «Veel patiënten klagen bij mij
dat ze geen werk vinden of onder hun niveau moeten werken omdat ze
stotteren. Terwijl er nu apparaatjes bestaan om dat tegen te gaan. Die
kosten 6.000 euro (240.000 frank). Velen kunnen dat niet betalen, terwijl
gehoorapparaten wél gedeeltelijk terugbetaald worden».
Erkenning
«Als de deskundige de rechtbank positief adviseert en de rechter beslist
dat Gerts spraakgebrek inderdaad een grote invloed heeft gehad op zijn
carrière, kunnen we dat vonnis gebruiken om bij het Vlaams Fonds financiële
genoegdoening te krijgen en er voor te pleiten dat stotteren erkend wordt
als handicap», stelt advocaat Boxstaele onomwonden.
Twintig jaar
«Eén persoon op honderd stottert. Het heeft mij ruim twintig jaar gekost
om mijn gestotter onder controle te krijgen. In die twintig jaar heb ik
genoeg problemen gehad om te stellen dat ik met een handicap zat»,
besluit Gert Reunes. (JCG)
© 2002 Aurex NV