Zwijgen is het ergste
(De Standaard 19 maart 2001)


SOPHIE is 31 en afgestudeerd in de rechten. Ze heeft met dat diploma nooit iets aangevangen en is nu werkloos. Haar spraakprobleem heeft haar onzeker gemaakt. En toch hoor je het amper als ze praat. Alleen valt er voor sommige woorden een korte stilte. ,,Dan blokkeer ik. Dan wil dat woord er niet uit. Maar ik heb het heel goed leren omzeilen en opvangen. In plaats van acclimatiseren, wat ik een erg moeilijk woord vind, zeg ik liever: ons aanpassen aan de temperatuur. Of ik probeer over het woord heen te glijden door heel snel te praten. Dat lukt soms wel. Of ik zeg helemaal niets.'' Het zit een beetje in de familie, weet Sophie. ,,Ik vermoed dat mijn vader het ook had. Hij had zo'n bijzondere manier om de telefoon op te nemen. Met een lange aanloop: há-lo! Wij moesten daar altijd eens om lachen.'' Zelf kreeg ze pas problemen in de humaniora, toen ze ineens zwaar haperde bij het voorlezen in de lessen Frans. En een week later opnieuw.

,,Mijn klasgenoten reageerden heel verwonderd. Toen ben ik beginnen brossen. Ik schreef zelf mijn afwezigheidsbriefjes. Die truken ken ik allemaal wel. En later heb ik voor rechten gekozen omdat ik wist dat we daar in een grote groep bijeen zouden zitten. Daar zou ik nooit hardop moeten voorlezen. En om heel eerlijk te zijn, ik kan dat woord goed uitspreken. Ik zou bijvoorbeeld niet graag hebben moeten zeggen: Ik doe e-e-economie.''

,,Ja, ik ben altijd goed geweest in vluchten'', zegt ze. Wegvluchten van het probleem. ,,Ik wilde ook absoluut met mijn eigen auto naar dit zelfhulpweekend komen. Ik wilde kunnen wegrijden van zodra ik me hier niet goed zou voelen.''

Maar Sophie is gebleven, van vrijdag- tot gisterenavond, in de jeugdherberg in Nijlen, waar de vzw Best een weekend voor haar leden hield. Want het contact met andere stotteraars beviel haar, tegen de verwachtingen in. ,,Ik heb hier mensen leren kennen die veel duidelijker stotteren dan ik en er toch niet angstig of krampachtig bij zitten. Daar heb ik veel bewondering voor.''


***

Velen denken nog, ten onrechte, dat stotteren psychisch is: dat een mens, meestal een kind, gaat stotteren doordat er iets is voorgevallen dat te veel spanning heeft gegeven. En dus werd er jarenlang door therapeuten in het verleden van stotteraars gewroet en werden relaties met ouders en familieleden uitgeplozen.

Van die benadering is men intussen afgestapt. De psychoanalyse heeft afgedaan. Neurolinguïsten nemen het over, en onderzoeken nu de hersenen van stotterende en niet-stotterende personen, op zoek naar verschillen. Stotteren doe je dus alleen als je er aanleg voor hebt en die aanleg is waarschijnlijk ook erfelijk. Het betekent dat je brein moeite heeft met de timing van de spraakbewegingen.

Meestal openbaart het stotteren zich op jonge leeftijd, als het kind nog volop bezig is met taal leren. Zo rond een jaar of twee. Daarom moet er niet meteen worden ingegrepen. De meeste kinderen groeien over die haperingen heen. Als ouder kan je niet zoveel doen. Tenzij je eigen levensstijl eens onder de loep houden en nagaan of het allemaal niet wat minder hectisch en snel kan.

Stottertherapeut Gert Reunes kent het probleem van beide kanten. ,,Vijf jaar geleden zou je hier niet zo vlot met mij hebben kunnen praten. Toen bleef ik nog hangen bij elk woord. Ik zal ook nooit stottervrij zijn, maar ik ben wel vrij van mijn stotterprobleem.'' Vorig jaar studeerde de 38-jarige man af als logopedist: van zijn handicap heeft hij zijn beroep gemaakt.

Hij vertelt het zonder gestotter, en als hij het toch moeilijk krijgt, schakelt hij op een zangerige toon over, waarbij elke klank wordt uitgerekt. Trager ook. Het is een beetje wennen om naar te luisteren, maar het klinkt wel charmant.

,,Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen die stotteren gebaat zijn bij trager spreken. Het helpt echt. Veel stotteraars willen er alles ineens uitgooien. Ze gaan juist zeer rap spreken, om er vanaf te zijn, en geraken in de knoop.''

Reunes heeft de Hausdorfer-methode -- die van het trager en zangerige spreken -- in Vlaanderen mee groot gemaakt. ,,Het heeft een tijd geduurd voor andere therapeuten er heil in zagen. Vroeger mikten die er vooral op om stotteraars te leren zichzelf te aanvaarden. Ze zeiden vaak: je moet ze niet te veel hoop geven. Maar ik geloof dat je veel kunt bereiken als je maar gemotiveerd bent. Geen 100 procent fluency, maar wel een goeie verstaanbaarheid.''

***

In een kring zitten deelnemers aan het Best-weekend te discussiëren -- weer zo'n moeilijk woord -- over vloeiend spreken op het werk. Sommigen hebben een blauw kaartje opgespeld, wat betekent dat ze geholpen en/of onderbroken mogen worden als ze blijven hangen. Die met het rode kaartje willen dat niet.

Evi is verpleegaspirante in een tehuis voor demente bejaarden. ,,Bij hen stotter ik niet zoveel als bij de collega's'', zegt ze. ,,Sommige bejaarden zijn erg rustig en zeggen zelf niet zoveel. Tegen hen kan ik gerust Hausdorfen, het lijkt hen wel te bevallen. Andere bejaarden zijn ongeduldig en stellen driemaal dezelfde vraag, nog voor ik een woord heb kunnen antwoorden. Dan lukt het me niet meer zo best.''

Peter staat aan de lopende band en heeft het moeilijk om boven het geraas van de machines én de radiomuziek uit te komen als hij zijn collega's wil aanspreken. ,,Om rustig en vloeiend te spreken moet ik me toch beter kunnen concentreren.'' Dries werkt op een kantoor en communiceert hoofdzakelijk via e-mail: het redmiddel van de stotteraar! ,,Ik kan mijn stotteren wel onder controle houden, maar soms ontstaan er discussies waarbij je jezelf moet verdedigen. En als je emotioneel betrokken raakt, wordt het moeilijk.''

Wat is het ergste, als je stottert? Peter zegt: ,,Dat men je niet goed begrijpt. Met veel moeite zeg je iets wat je niet echt bedoelt, ze verstaan je slecht en gaan op een totaal ander spoor door. Dan denk je: shit en je gaat een beetje kapot vanbinnen.''

Paul meent: ,,Het ergste is de angst. Dat ze denken: wat een sukkel is hij toch.''

Evi ligt daar niet meer van wakker: ,,Zwijgen is het ergste. Ik laat me nu zien zoals ik ben. Ik moet wel, want ik kan het niet wegsteken. En ik heb veel vrienden die me mee uit vragen. Het moet toch zijn dat ik de moeite waard ben.''

vzw Best: 09-223.26.73  www.stotteren.be


Alle eerder verschenen Stokvis-columns en ook de bijdragen voor de Taalmaand zijn te raadplegen op het internet-archief van De Standaard www.standaard.be


© 2001 Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV