SOPHIE is 31 en afgestudeerd
in de rechten. Ze heeft met dat diploma nooit iets aangevangen en is nu
werkloos. Haar spraakprobleem heeft haar onzeker gemaakt. En toch hoor je
het amper als ze praat. Alleen valt er voor sommige woorden een korte
stilte. ,,Dan blokkeer ik. Dan wil dat woord er niet uit. Maar ik heb het
heel goed leren omzeilen en opvangen. In plaats van acclimatiseren, wat ik
een erg moeilijk woord vind, zeg ik liever: ons aanpassen aan de
temperatuur. Of ik probeer over het woord heen te glijden door heel snel
te praten. Dat lukt soms wel. Of ik zeg helemaal niets.'' Het
zit een beetje in de familie, weet Sophie. ,,Ik vermoed dat mijn vader het
ook had. Hij had zo'n bijzondere manier om de telefoon op te nemen. Met
een lange aanloop: há-lo! Wij moesten daar altijd eens om lachen.'' Zelf
kreeg ze pas problemen in de humaniora, toen ze ineens zwaar haperde bij
het voorlezen in de lessen Frans. En een week later opnieuw.
,,Mijn klasgenoten reageerden heel verwonderd. Toen ben ik beginnen
brossen. Ik schreef zelf mijn afwezigheidsbriefjes. Die truken ken ik
allemaal wel. En later heb ik voor rechten gekozen omdat ik wist dat we
daar in een grote groep bijeen zouden zitten. Daar zou ik nooit hardop
moeten voorlezen. En om heel eerlijk te zijn, ik kan dat woord goed
uitspreken. Ik zou bijvoorbeeld niet graag hebben moeten zeggen: Ik doe
e-e-economie.''
,,Ja, ik ben altijd goed
geweest in vluchten'', zegt ze. Wegvluchten van het probleem. ,,Ik wilde
ook absoluut met mijn eigen auto naar dit zelfhulpweekend komen. Ik wilde
kunnen wegrijden van zodra ik me hier niet goed zou voelen.''
Maar Sophie is gebleven, van
vrijdag- tot gisterenavond, in de jeugdherberg in Nijlen, waar de vzw Best
een weekend voor haar leden hield. Want het contact met andere stotteraars
beviel haar, tegen de verwachtingen in. ,,Ik heb hier mensen leren kennen
die veel duidelijker stotteren dan ik en er toch niet angstig of
krampachtig bij zitten. Daar heb ik veel bewondering voor.''
Velen denken nog, ten
onrechte, dat stotteren psychisch is: dat een mens, meestal een kind, gaat
stotteren doordat er iets is voorgevallen dat te veel spanning heeft
gegeven. En dus werd er jarenlang door therapeuten in het verleden van
stotteraars gewroet en werden relaties met ouders en familieleden
uitgeplozen.
Van die benadering is men
intussen afgestapt. De psychoanalyse heeft afgedaan. Neurolinguïsten
nemen het over, en onderzoeken nu de hersenen van stotterende en
niet-stotterende personen, op zoek naar verschillen. Stotteren doe je dus
alleen als je er aanleg voor hebt en die aanleg is waarschijnlijk ook
erfelijk. Het betekent dat je brein moeite heeft met de timing van de
spraakbewegingen.
Meestal openbaart het
stotteren zich op jonge leeftijd, als het kind nog volop bezig is met taal
leren. Zo rond een jaar of twee. Daarom moet er niet meteen worden
ingegrepen. De meeste kinderen groeien over die haperingen heen. Als ouder
kan je niet zoveel doen. Tenzij je eigen levensstijl eens onder de loep
houden en nagaan of het allemaal niet wat minder hectisch en snel kan.
Stottertherapeut Gert Reunes
kent het probleem van beide kanten. ,,Vijf jaar geleden zou je hier niet
zo vlot met mij hebben kunnen praten. Toen bleef ik nog hangen bij elk
woord. Ik zal ook nooit stottervrij zijn, maar ik ben wel vrij van mijn
stotterprobleem.'' Vorig jaar studeerde de 38-jarige man af als logopedist:
van zijn handicap heeft hij zijn beroep gemaakt.
Hij vertelt het zonder
gestotter, en als hij het toch moeilijk krijgt, schakelt hij op een
zangerige toon over, waarbij elke klank wordt uitgerekt. Trager ook. Het
is een beetje wennen om naar te luisteren, maar het klinkt wel charmant.
,,Onderzoek heeft uitgewezen
dat mensen die stotteren gebaat zijn bij trager spreken. Het helpt echt.
Veel stotteraars willen er alles ineens uitgooien. Ze gaan juist zeer rap
spreken, om er vanaf te zijn, en geraken in de knoop.''
Reunes heeft de
Hausdorfer-methode -- die van het trager en zangerige spreken -- in
Vlaanderen mee groot gemaakt. ,,Het heeft een tijd geduurd voor andere
therapeuten er heil in zagen. Vroeger mikten die er vooral op om
stotteraars te leren zichzelf te aanvaarden. Ze zeiden vaak: je moet ze
niet te veel hoop geven. Maar ik geloof dat je veel kunt bereiken als je
maar gemotiveerd bent. Geen 100 procent fluency, maar wel een goeie
verstaanbaarheid.''
In een kring zitten
deelnemers aan het Best-weekend te discussiëren -- weer zo'n moeilijk
woord -- over vloeiend spreken op het werk. Sommigen hebben een blauw
kaartje opgespeld, wat betekent dat ze geholpen en/of onderbroken mogen
worden als ze blijven hangen. Die met het rode kaartje willen dat niet.
Evi is verpleegaspirante in
een tehuis voor demente bejaarden. ,,Bij hen stotter ik niet zoveel als
bij de collega's'', zegt ze. ,,Sommige bejaarden zijn erg rustig en zeggen
zelf niet zoveel. Tegen hen kan ik gerust Hausdorfen, het lijkt hen wel te
bevallen. Andere bejaarden zijn ongeduldig en stellen driemaal dezelfde
vraag, nog voor ik een woord heb kunnen antwoorden. Dan lukt het me niet
meer zo best.''
Peter staat aan de lopende
band en heeft het moeilijk om boven het geraas van de machines én de
radiomuziek uit te komen als hij zijn collega's wil aanspreken. ,,Om
rustig en vloeiend te spreken moet ik me toch beter kunnen concentreren.''
Dries werkt op een kantoor en communiceert hoofdzakelijk via e-mail: het
redmiddel van de stotteraar! ,,Ik kan mijn stotteren wel onder controle
houden, maar soms ontstaan er discussies waarbij je jezelf moet verdedigen.
En als je emotioneel betrokken raakt, wordt het moeilijk.''
Wat is het ergste, als je
stottert? Peter zegt: ,,Dat men je niet goed begrijpt. Met veel moeite zeg
je iets wat je niet echt bedoelt, ze verstaan je slecht en gaan op een
totaal ander spoor door. Dan denk je: shit en je gaat een beetje kapot
vanbinnen.''
Paul meent: ,,Het ergste is
de angst. Dat ze denken: wat een sukkel is hij toch.''
Evi ligt daar niet meer van
wakker: ,,Zwijgen is het ergste. Ik laat me nu zien zoals ik ben. Ik moet
wel, want ik kan het niet wegsteken. En ik heb veel vrienden die me mee
uit vragen. Het moet toch zijn dat ik de moeite waard ben.''
vzw
Best: 09-223.26.73 www.stotteren.be
Alle
eerder verschenen Stokvis-columns en ook de bijdragen voor de Taalmaand
zijn te raadplegen op het internet-archief van De Standaard www.standaard.be
© 2001 Vlaamse
Uitgeversmaatschappij NV