Bij dieren en kleine kinderen ...
(De Morgen 19 juli 2001)


Ervarings- en beroepsdeskundigen stellen zelfzorgboek voor stotteraars en hun omgeving voor

Niet kunnen zeggen wat je denkt in de meest letterlijke zin, stotteren, is een wrede levensgezel die veel impact heeft op je persoonlijkheid, je levensverhaal en op elk moment ook op je omgeving. Want niet alleen wie stottert voelt het schaamrood op de wangen, ook de kelner in het restaurant, de moeder die naar haar kleuter luistert of de leraar kunnen meestal niet goed overweg met iemand die moeite heeft om uit zijn woorden te komen. Wat is stotteren, wat kun je ertegen doen en hoe reageert de omgeving het best op de stotteraar en vice versa zijn de drie basisvragen waarop in Als spreken moeilijk is een antwoord geformuleerd wordt.

Gent / Eigen berichtgeving (Barbara Debusschere)

Dat gebeurt niet door de eerste de beste. Twee auteurs van deze unieke gids voor stotteraars en hun omgeving zijn zelf stotteraars. Philip Vuylsteke en Gert Reunes werden van kindsaf aan geconfronteerd met de realiteit dat ze 'bleven haperen'. Beiden overwonnen hun probleem grotendeels. Vuylsteke werkt als klinisch psycholoog, en Reunes lachte het lot uit door zich op te werken tot professioneel stotterlogopedist. Derde medewerker is professor logopedie John Van Borsel (RUG & UZ), die samen met Vuylsteke in het eerste deel van het boek ingaat op de vraag wat stotteren nu eigenlijk is. Vuylsteke: Eén op de honderd Vlamingen en zestig miljoen mensen op deze wereld hebben ermee te kampen. Vaak ontkennen ze het probleem en weten ze er sowieso erg weinig over. Bovendien kan de interactie met de omgeving door het stotteren volledig de mist in gaan. Vandaar dit boek.

Meestal begint iemand op vier- à zesjarige leeftijd te stotteren. Bij ongeveer een derde verdwijnt het spraakprobleem geleidelijk. De rest moet er mee leren leven. Een eensluidende verklaring voor het probleem is er niet. Het kan deels genetisch, deels situatiegebonden zijn. Stress of angst kunnen bijvoorbeeld een directe aanleiding zijn. Vuylsteke: Stress, te veel je best willen doen en het ongemak van de gesprekspartner voelen, is nefast. Wist u dat stotteraars niet blijven haperen als ze tegen dieren of kleine kinderen praten?"

Er zijn zelfs psychoanalytische verklaringen voor. In die visie betekent stotteren moeite hebben om uit de beschermende wereld van de moeder te treden en de 'onbekende' wereld van de vader te ontdekken door te gaan communiceren. Luckas Vander Taelen beschrijft in zijn persoonlijke bijdrage de nieuwsgierigheid naar oorzaken: "Wat mij fascineert, is waarom ik nooit gestotterd heb toen ik alleen was. Waarom begon ik als kleine jongen te stotteren? Uit onverwerkt verdriet om mijn dode vader? Ik denk dat geen enkel denkspoor onbetreden moet blijven als we willen begrijpen waarom mensen moeilijk praten.Van Borsel en Vuylsteke gaan ook in op de vraag hoe stotteren iemands persoonlijkheid vormt.

Inzicht in het ontstaan van het stotterprobleem volstaat natuurlijk niet. Er bestaat geen perfecte oplossing, maar Reunes, de auteur van het tweede hoofdstuk dat de verschillende behandelingen aanpakt, en beroemde talige woelwaters en stotteraars als Bart Peters en Luckas Vander Taelen zijn er het levende bewijs van dat je al ver komt met moed, doorzettingsvermogen en humor. Harde, pijnlijke humor soms. Reunes: "Toen een stotterende vriend van mij na de Jacques Vermeire Show, waarin een stotterende dommerik mensen moet doen schuddebuiken, zelfmoord pleegde, voelde ik me nog meer geroepen om stotteraars uit hun isolement te halen en zelfvertrouwen te geven." Katrien (12) heeft dat in ieder geval al gevonden. Licht zingend leest ze op de persvoorstelling haar bijdrage voor, een brief waarin ze vertelt dat ze logopediste wil worden. Met allerlei therapieën, die Reunes bondig voorstelt, kan dat worden bereikt. Belangrijk daarbij is dat je een therapeut vindt die bij je past en vooral dat je met het stotteren aan de slag gaat, dat je lotgenoten leert kennen via zelfhulpgroepen, dat je erover gaat lezen en dat je het gaat relativeren.

Dan is het aan de anderen. Gehuld in pet, ziekenfondsbrilletje en trainingsjack, de plunje van Vermeires stotterend wandelend cliché Jeanke De Visser, levert hij kritiek op de film Pearl Harbor, waarin ook een stotteraar nog maar eens de lachwekkende dommerik is. Even pijnlijk maar misschien minder opvallend zijn de dagelijkse reacties op stotteren. Mensen gaan zelf onophoudelijk praten of overmatig en ongevraagd helpen, wat het alleen maar erger maakt. Reunes : Zowel de stotteraar als de omgeving kan daar iets aan doen. Als je je als luisteraar ongemakkelijk voelt bij het stotteren, zeg dat dan in plaats van het te negeren. Kijk de ander aan en laat hem of haar het tempo bepalen. Als je geen tijd hebt, zeg dat dan gewoon. Als stotteraar is het belangrijk om het stotteren, bijvoorbeeld door een grapje, bespreekbaar te maken, en om aan iets anders te denken dan aan het spraakprobleem." Ook voor ouders, vrienden en leerkrachten staan in dit zelfzorgboek talloze bruikbare tips, aangevuld met eigen ervaringen van stotteraars en met fictieve voorbeelden. Vuylsteke: De stotteraar negeren, doen alsof wat hij of zij zegt waardeloos, want niet perfect uitgesproken, is, is het ergste. Laat de stotteraar alstublieft uitspreken!

Info: Als spreken moeilijk is, een gids voor stotteraars en hun omgeving, uitgeverij Lannoo, 684 frank, ISBN: 90-209-4413-4. Van 23 tot 26 juli heeft het Zesde Wereldcongres voor mensen die stotteren voor het eerst in Europa, in Gent, plaats. Meer info: Congress Office: 09/233.86.60, of: stutter-2001@semico.org

'De stotteraar negeren, doenalsof wat hij zegt waardeloos is, is het ergste wat er is'


© 2001 Uitgeverij De Morgen NV