Werelddag geeft stotteraars een spreekbuis
(BvL 19 oktober 1999)


HASSELT - «Stotteren is voor mij aan de toonbank bij de bakker elf pistolets bestellen in plaats van tien, omdat je moeite hebt om die 't' uit te spreken terwijl er nog een rij klanten achter je staat,» zegt Firmin Punie uit Hasselt. «Het was mijn kinderdroom psychologe te worden, maar omdat ik stotterde durfde ik een universiteitsopleiding niet aan,» vertelt Christine Bogaerts uit Wellen. Samen met Firmin is ze één van de gangmakers van de vzw BeSt, de BElangengroep voor STotteraars die 22 oktober de Wereldstotterdag in België coördineert. «Gert, onze nationale voorzitter, boekte ooit een reis naar Zweden. Hij wou eigenlijk naar Italië, maar kreeg de naam van het land niet over zijn lippen.»

«Want stotteren kan je verbergen, zoveel mogelijk uitschakelen. Maar je zal er nooit helemaal van genezen, dat is het eerste wat we onze cursisten voorhouden,» zegt Christine. Zelf is ze maatschappelijk werkster in Wellen, en houdt ze wekelijks spreekuur. «Terwijl spreken het enige aspect in mijn werk is waar ik het moeilijk mee heb. Ik leg de lat voor mezelf dus wel erg hoog,» lacht ze. «Maar sinds ik me vier jaar geleden bij de vzw heb aangesloten, gaat het vlotter. Met de methode van Haunsdörfer - je klinkers langgerekt uitspreken, alsof je ze zingt - heb ik mijn gestotter leren beheersen. Toch zijn er nog steeds dagen waarop ik met loden schoenen naar mijn spreekkamer trek. Weet je, stotteren heeft zoveel met stemming te maken. Meer dan met een b, een p of een t die je niet kan uitspreken. Als ik me op een dag erg onzeker voel, kan je er donder op zeggen dat elk gesprek de mist ingaat.»

Misbruik
Firmin sluit zich daarbij aan. «Ik voel me nu goed in mijn vel, je ziet dat ik op een relatief normale manier converseren kan. Maar als je een maand geleden had gebeld, had ik niet eens de telefoon opgenomen. Zoals ik voor veel klanten ook nooit thuis ben geweest, in mijn eigen zaak. De telefoon is het schrikbeeld van elke stotteraar. Ik heb mijn secretaresse vaak de opdracht moeten geven om klanten of leveranciers met een kluitje in het riet te sturen en naar iemand anders in het bedrijf door te verwijzen. Gewoon omdat ik niet in staat was hen te woord te staan.» De Wereldstotterdag biedt Firmin, Christine, Marcel en hun lotgenoten een forum. «Op straat kom je steeds minder stotteraars tegen, het is zoveel gemakkelijker om je te isoleren,» vertelt Firmin. «Op een basis-weekend van de vzw BeSt heb ik een jongen leren kennen, die enkel met zijn hond en twee ezels in de achtertuin een normaal gesprek kan voeren. Als iemand hem opbelt om een klusje te doen, zegt hij altijd ja. Logisch, als hij 'nee' zou zeggen, volgt steevast de vraag: 'En waarom dan niet?'. Een verklaring geven, dat speelt hij niet klaar. En dus maken ze - misschien onbewust - misbruik van hem. Ik heb in hetzelfde sukkelstraatje gezeten, hoor.»

De vzw BeSt is meer dan een praatgroep, het is een belangengroep. «De vzw organiseert weekends, waarbij de leden voor de leeuwen gegooid. Die proeven zijn voor elke stotteraar een kwelling,» zucht Christine. «Ze sturen je bijvoorbeeld de straat op, en dan moet je aan een wildvreemde de weg gaan vragen. Terwijl de hele groep een eindje verder toe staat te kijken. Verschrikkelijk. Maar het wérkt.» Marilyn Monroe

Voor Marcel Luyten is de Haunsdörfer-methode de langverwachte weg naarbuiten geweest.

«Daarvoor sloot ik me op, nam voor geen goud de telefoon op. Toen ik die cursus volgde, had ik wel duizend mensen kunnen opbellen om te vragen hoe het met hen ging. Ik ben nu nog geen vlotte prater, maar dit is niets vergeleken met mijn schooltijd. Voor spreekbeurten kwam ik niet in aanmerking, leraars sloegen mij zonder boe of ba over als er een tekst gelezen moest worden.» Al had het stotteren volgens Firmin ook z'n voordelen in de schoolbanken: «Ik moest bijvoorbeeld nooit mondelinge examens doen, die leraars wilden waarschijnlijk vroeg naar huis,» lacht hij.

«En als je een antwoord niet wist, begon je gewoon te stamelen. Dan gingen ze snel over naar de volgende. Heel plezant, maar ik heb op school ook schrijnende dingen meegemaakt. De eerste schooldag bijvoorbeeld, waarbij je je aan elke nieuwe leraar moest voorstellen. Ik heb toen een briefje aan de jongen naast me gegeven, met mijn naam erop. Die heeft toen gezegd: 'Meneer, langs me zit Firmin Punie uit Hasselt. Hij kan het zelf niet gezegd krijgen, want hij stottert.' Die jongen heeft mijn eeuwige dankbaarheid, hij is nu nog steeds een van mijn beste vrienden.»

«Een afspraakje maken was ook zo'n strop,» valt Christine hem bij. «God, ik weet nog hoeveel moeite het me kostte om naar een jongen toe te gaan. Bang om uitgelachen te worden. Als meisje dacht ik dat ik nooit een relatie zou kunnen opbouwen.»

«Wat me nog het meeste stoort, is dat mensen stotteren met verstandelijke vermogens associëren,» zegt Marcel Luyten. «Alsof wij achterlijk zouden zijn. Terwijl ik over dezelfde verstandelijke vermogens beschik als Winston Churchill, ook een stotteraar.» «Wel, dan hoop ik toch dat ik meer hersens heb dan die andere bekende stotteraarster, Marilyn Monroe,» lacht Christine.

Dries VANOETEREN Vzw BeSt Limburg: 011/79.39.42.

© 1998 Het Belang van

Limburg