(tijd) - Stotteren heeft een genetische en neurologische oorzaak. Daar zijn almaar meer wetenschappers van overtuigd. Het moeilijk spreken komt voort uit een hersenstoring en geavanceerde hersenscanners maken het probleem ook zichtbaar. In het Universitair Ziekenhuis van Gent wil een logopedistenteam vanaf volgend jaar een grote groep stotteraars onder een krachtige scanner leggen. 'We weten dat het ergens misloopt in de hersenen, maar we willen de precieze locaties kennen om nog betere behandelingen te ontwerpen', zegt de initiatiefneemster, Caroline Moerenhout.
'Uit eerder onderzoek is gebleken dat bij stotteraars andere hersenregio's worden geactiveerd of sommige regio's minder geactiveerd worden dan bij gewone, vlotte sprekers', zegt professor en neurolinguïst John Van Borsel, de promotor van het onderzoek. 'Bij het uitvoeren van bepaalde taken, lichten delen van onze hersenen op en dat is te zien op een hersenscan. Bij stotteraars worden andere plaatsen van de hersenen geactiveerd of bepaalde regio's meer of minder. De vraag is of dit een gevolg of de oorzaak is van het stotteren. Dat is moeilijk te achterhalen, want daarvoor zou je kinderen moeten onderzoeken die nog maar pas beginnen met stotteren. Helaas kun je kinderen weinig spraak- of taaltaken laten uitvoeren. Volwassenen laat je een tekst lezen, maar kinderen op die leeftijd kunnen nog niet lezen'. In Gent willen ze toch een poging wagen, zij het dan met jongvolwassenen.
Twee logopedisten hebben zich als 'freelancers' aangediend bij het UZ Gent en willen samen met een multidisciplinair onderzoeksteam stotteraars onder de nagelnieuwe '3 Tesla MRI-scanner' schuiven. Dat toestel werd begin dit jaar aangekocht en wordt ook gebruikt voor onderzoek naar dementie, epilepsie en depressie. 'Het is de eerste keer dat zoveel jonge stotteraars onder de scanner gaan', zegt initiatiefneemster Caroline Moerenhout. Zij zal samen met haar collega Gert Reunes haar clientèle aanspreken alsook de leden van de vzw Best, de Belangengroep Stotteraars. Moerenhout: 'Wij zoeken stotteraars vanaf 15 jaar. We gaan ze goed voorbereiden, want een half uur in zo'n buis liggen is beklemmend. Zo'n scanner maakt enorm veel lawaai, de kinderen moeten door een smalle buis en ze moeten stil blijven liggen. Dat is wennen.'
Asymmetrie
De leeftijd van de doelgroep is van tel, bevestigt Moerenhout, want er zijn aanwijzingen dat stotteraars van bij de geboorte een andere hersenanatomie hebben. 'De asymmetrie tussen het planum temporale (een hersengebiedje schuin boven de achterkant van het linkeroor) links en rechts is minder opvallend bij personen die stotteren. Deze anatomische kenmerken van de hersenen zijn een deeltje van ons onderzoek. We kennen lang niet alle afwijkingen en we weten evenmin vanaf welke leeftijd ze optreden.' Het is ook best mogelijk dat de hersenen door jarenlang stotteren anders gaan functioneren. Ook daarop moet dit onderzoek een nieuw licht werpen.
' stotteren is heel waarschijnlijk genetisch bepaald', valt Van Borsel in. Hij verwijst daarvoor naar adoptiestudies, stamboomonderzoek en tweelingenstudies. Identieke tweelingen beschikken over hetzelfde erfelijke materiaal. Zij lopen meer kans allebei te stotteren dan niet-identieke tweelingen. Het lijkt er met andere woorden op dat het slecht functioneren van de hersenen (on)rechtstreeks te maken heeft met ons DNA. 'Laat ons echter niet vervallen in de denkfout over het stottergen', waarschuwt Van Borsel, 'waarbij één gen garant staat voor een bepaald gedrag. Je zal ook geen gen vinden voor nasaliteit. Je vindt wel een gen dat ertoe leidt dat mensen een gespleten verhemelte hebben. Zij spreken nasaal'.
Een aantal disfuncties bij stotteraars zijn bekend. Zo weet men dat er iets scheelt aan hun auditieve hersenschors, dat de linker- en rechterhelft van de hersenschors verschillend geactiveerd worden en dat er een verschil optreedt in de activatie van de kleine hersenen. Het onderzoek van de Gentse logopedisten moet andere problemen in kaart brengen en brengt ons misschien dichter bij de genetische grondslag van het stotteren.
Als stotteren dan toch aan de hersenen ligt, waarom behandelen we dat niet zoals epilepsie, met medicamenten en eventueel met een operatie, kan men zich afvragen. Of beter nog, met prenataal onderzoek en genetische modificatie? Van Borsel: 'Prenatale diagnostiek is niet zo eenvoudig en is ethisch moeilijk te verantwoorden. Voor grove afwijkingen valt het te overwegen, maar niet voor stotteren. Verder onderzoek moet trouwens eerst uitwijzen waar het precies misloopt in de hersenen. Van Parkinson weet men waar het misloopt en men past zowel medicatie als chirurgie toe. Van stotteren weten we dat het ergens misloopt in de hersenen, we kennen grofweg de plaatsen, maar niet de precieze locaties. Vandaag worden bij stotteraars geneesmiddelen alleen gebruikt om secundaire symptomen aan te pakken, zoals de angstgevoelens die gepaard gaan met stotteren. Als we erin slagen om de regio's waar het misloopt precies te lokaliseren, denk ik dat de medische behandeling op lange termijn de belangrijkste zal worden.'
Rekken
In afwachting is het behelpen met logopedie of psychologie. Op enkele dagen van de Wereldstotterdag, overmorgen op zaterdag 22 oktober, is het druk in de logopediepraktijk van Moerenhout en Reunes. Reunes poseert voor een foto aan de deurpost van de nieuwe praktijk in Gent, met in zijn hand het bord 'Demotte zit in onze gezondheidszorg'. De federale minister van Gezondheid, Rudy Demotte (PS), moet het ontgelden omdat hij de terugbetaling voor stottertherapie heeft teruggeschroefd van 2,5 naar 1 uur per week. Reunes toont fier de affiches die ze samen met de vzw Best gemaakt hebben naar aanleiding van de Wereldstotterdag.
Het kantoor met uitzicht op de Schelde ligt op vijf minuten rijden van het Universitair Ziekenhuis van Gent waar volgend jaar de eerste onderzoeken plaatsvinden. 'Het is pas de jongste jaren dat hersenonderzoek zich heeft toegespitst op stotteren ', zegt Moerenhout. 'Bij veel mensen bestaat nog altijd het idee dat stotteren zuiver psychologisch is', valt Reunes haar bij. 'Men denkt dat het komt doordat je zenuwachtig bent of je niet goed in je vel voelt'. 'Onzin', weerlegt Moerenhout, die in haar praktijk de methode van 'fluency shaping' hanteert. 'Stuttering modification helpt mensen hun stotteren te aanvaarden en maakt ze weerbaar tegen pesten. Wat wij doen, is de mensen weer vloeiend leren spreken. We rekken de lettergrepen uit, spreken trager en met meer intonatie.' Die aanpak, ook wel 'prolonged speech' genoemd, werpt blijkbaar vruchten af. Reunes, zelf een ex-stotteraar en de enige logopedist in die hoedanigheid, is na jaren therapie overgeschakeld op deze methode en spreekt al de hele tijd vlekkeloos en vloeiend Nederlands.
'Behalve het hoorbare verschil, zijn er ook harde bewijzen voor de effectiviteit van prolonged speech of andere fluency shaping-methodes', zegt Moerenhout. 'De hersenactiviteit van een stotteraar die zo'n trainingen volgt, begint almaar meer te gelijken op die van een gewone gesprekspersoon.' Logopedie verandert met andere woorden de werking van de hersenen van stotteraars, zelfs zonder medicatie of chirurgie. Dat willen Moerenhout en Reunes althans bewijzen met dit grootschalig onderzoek. Daarom zullen stotteraars voor, tijdens en na hun trainingen gemonitord worden. 'We hopen dat in de hersenen van stotteraars na logopedische behandeling dezelfde hersenregio's onder de scanner zullen oplichten als bij gewone sprekers. Met die kennis kunnen dan nog betere behandelingen worden uitgewerkt', zegt Moerenhout.
In België zijn er naar schatting 100.000 stotteraars. Ongeveer 1 procent van de wereldbevolking is chronisch stotteraar. 'Vroeger werd wel eens gedacht dat stotteren kwam door een afwijking aan de tong en werd je daaraan geopereerd', zegt Van Borsel. Omgevingsfactoren zouden ook een rol spelen, dus werden opvoeders en ouders op de vingers getikt.
Later belandden stotteraars op de sofa van psychoanalytici, want ze zouden problemen hebben met het uitspreken van 'taboewoorden'. ' stotteren heeft geen psychologische oorzaak. Laat dat duidelijk zijn. Dat wil niet zeggen dat er geen psychologische componenten zijn. Als je moeilijk spreekt, ga je schaamte ontwikkelen, frustratie en vermijdingsgedrag. Bepaalde stresssituaties maken het moeilijker om te spreken, maar ze zijn niet de oorzaak. Er bestaat wel een vorm van psychogeen stotteren, maar hij wordt pas op latere leeftijd verworven, door wie zijn hele leven al normaal gesproken heeft. Een conflict of een trauma kan leiden tot stotteren, maar evengoed tot maagklachten of stemverlies.'
Stefaan ANRYS
© De Tijd